Blog Schepping

6 september. Eendje in z’n eentje
Zoals ik hier eerder al vertelde, was het kuifeendenbroedsel op het eilandje in het Kristalmeer dit jaar niet bijster succesvol. Op 1 juli kropen zeven kuikens uit het ei, maar daar was er 17 juli nog maar één over en die werd op 5 augustus door zijn moeder in de steek gelaten. Tot mijn verbazing groeide het elfstandige jonkie voorpoedig op. Hij was een maand later nog steeds niet vertrokken, hoewel hij al lang niet meer het donskleed van een kuiken droeg en helemaal op een volgroeide, bevederde eend leek. Elke ochtend zag ik hem ijverig zwemmen en duiken in de plas en af en toe wapperde hij met zijn vleugels alsof hij wilde vertrekken. Maar hij deed het niet.
Misschien bleef hij wel voor de gezelligheid. Eerst was het eendje in alle staten als ik in de buurt van het Kristalmeer kwam. Met een krakend alarmroepje maakte hij zich dan watertrappelend of duikend zo snel mogelijk uit de zwemvliezen. Maar hij raakte al snel gewend aan mijn gedreutel en de geruststellende woorden die ik elke keer tot hem sprak. Gisteren poetste hij uitgebreid zijn veren terwijl ik vanaf de kant op een paar meter afstand naar hem stond te kijken en een gesprekje probeerde aan te knopen.
Altijd aandoenlijk als een wild dier je zijn vertrouwen schenkt. Maar dat was voorbij zodra er een ander met me meeliep. Dan speelde het eendje nog steeds verstoppertje achter het eilandje in de plas.
Vanochtend was het Kristalmeer leeg en rimpelloos. Mijn gevederde vriend is met onbekende bestemming vertrokken, de wijde wereld in. Vaarwel en behouden reis!

Het jonge kuifeendje uit het Kristalmeer is de wijde wereld in gevlogen


2 september. De overgang
Op 31 augustus eindigt officieel de metereologische zomer en op 1 september begint de al even metereologische herfst. Ik proef de woorden achter op mijn tong en in mijn hart. Zomer en herfst. Augustus en september. Werelden van verschil. Zomer, hoogtepunt van het jaar, warm, bruisend van overvloed en leven. De zomer geurt naar bloemen en trillende lucht. Met de herfst komt de kilte, inkeer, het verval, de terugtrekkende beweging van leven. De herfst ruikt naar aarde en nevels.
De overgang van zomer naar herfst is niet abrupt, niet een kwestie van één dag. Alle veranderingen in de natuur vinden geleidelijk plaats. Toch is de datum van 1 september goed gekozen. Omstreeks die tijd vindt elk jaar de geruisloze overgang plaats. Het ene jaar wat eerder, het andere later.


Vandaag is het zo ver. Deze ochtend hangen voor het eerst de grassen en bloemen vol spinnenwebben, bepareld met dauwdruppels. Het duurt tot de middag voordat de middagzon ze heeft opgelost. In de avond koelt het weer snel af en in de schemering hangen mistbanken boven de Azuren Zomp. De witte wieven uit oeroude verhalen zijn tot leven gewekt.
De herfst is begonnen. Melancholie hangt als onzichtbaar spinrag in de lucht.


31 augustus. Vliegend parelmoer
De laatste officiële zomerdag; zonnig met speelse witte wolken in het blauw, maar herfstig fris. Prima weer voor arbeid op het land. Ik wijd me weer aan de ondankbare taak om het Bevrijde land grotendeels van zijn boomopslag te ontdoen. Ondertussen geniet ik van de zon op mijn huid en de vele witjes die nog steeds boven de bloeiende blauwe knopen dartelen. Opeens zie ik ver weg een heel andere vlinder fladderen, feloranje van kleur. Een gehakkelde aurelia?
Ik gooi mijn spade weg en hol de vlinder achterna die rusteloos kriskras over het bloemenveld vliegt en zo nu en dan even aan een Blauwe knoop nipt. Na een wilde achtervolging kan ik hem wat beter zien, van boven helder oranje met een netwerk van zwarte lijnen. Het is warempel een parelmoervlinder, de eerste ooit in Schepping. Ik heb er 45 jaar naar uitgekeken. Maar welke parelmoervlinder? Dat is van bovenaf lastig te zien.
Na een spurt huiswaarts keer ik terug met een professioneel, vrijwel ongebruikt  vlindernet dat eindelijk goed van pas komt. Systematisch speur ik het hele terrein af en na een kwartiertje vind ik de vlinder terug aan de voet van Tao, genietend van de nectar van Duifkruid. Een beheerste zwaai en hij zit in het net en vervolgens in een potje. Nu kan ik hem goed bekijken. Het is een prachtig beestje, kakelvers alsof hij net uit de pop is gekropen. De grote parelmoervlekken op de onderzijde wijzen uit dat het een Kleine parelmoervlinder is, volgens de Drentse vlinderatlas in deze regio een uiterst zeldzame zwerver. Na een geslaagde fotosessie laat ik hem weer de luchtige vrijheid van een vlinder. Weg is ie.

   

Kleine parelmoervlinder in Schepping, links van boven,
rechts van onderen. 

Ik lees dat de rups op viooltjes leeft, in het binnenland vooral Driekleurig viooltje. Dat plantje is op het Bevrijde land sinds twee jaar enorm toegenomen doordat de droge zomers veel open plekken hebben veroorzaakt in het grasland waar dit eenjarige viooltje graag groeit en bloeit. Het zou best eens kunnen dat de vlinder hier uit de pop is gekropen, want bij een zwerver van ver weg zou je toch een wat verfomfaaid uiterlijk verwachten. Wie weet?


27 augustus 2020. Blauwe knoop

Ik ben van de blauwe knoop. Toch houd ik wel van een goed glas wijn op z’n tijd.
Ik ben van de blauwe knoop omdat ik een fan ben van de gelijknamige plant. Blauwe knoop is een van de laatst bloeiende wilde planten, van half augustus tot diep in de herfst. De bloemhoofdjes hebben een speciale tint blauw die zich moeilijk op de foto laat vastleggen. Die kleur harmonieert wonderwel met het paars van de eveneens laat bloeiende Struikheide, waarmee hij vaak samen voorkomt. Blauwe knoop groeit bij voorkeur in gebieden waar het voor natuurliefhebbers goed toeven is, zoals blauwgraslanden, heischrale graslanden en vochtige heidevelden op leem. Nog niet zo lang geleden was deze plant ook een vrij gewone verschijning in schrale wegbermen en op taluds van watergangen in Drenthe, maar die tijd is voorbij. Omstreeks 1980 stonden er nog een paar pollen in de berm van het weggetje langs mijn huis. Net op tijd heeft hij kans gezien om zich te vestigen in een schraal stukje van mijn tuin. Van daaruit heeft de Blauwe knoop zich uitgebreid naar het Bevrijde land en het Vaderland. Nu bloeien er duizenden planten, een lust voor het oog in deze tijd van het jaar.

Blauwe knoop op het Bevrijde Land

Door zijn late bloeiperiode is de Blauwe knoop een heel belangrijke nectarbron voor insecten die in de nazomer actief zijn. Het gonst er van de bijen, hommels en zweefvliegen, maar ook vlinders doen zich er graag aan tegoed. Vandaag telde ik de overdag actieve vlinders in Schepping. Er zaten vooral veel witjes op de Blauwe knoop: 40 Kleine koolwitjes, 9 Klein geaderde witjes en 6 Grote koolwitjes. Daarnaast noteerde ik 28 Gamma-uilen, 20 Atalanta’s, 17 dagpauwogen, 5 Kleine vuurvlinders, 4 Hooibeestjes, 3 Bonte zandoogjes, 1 Distelvlinder, 1 Kleine vos, 1, Gehakkelde aurelia en 1 Icarusblauwtje.
Vlinders en Blauwe knoop. Daar wil ik wel een toast op uitbrengen. Proost!

Klein koolwitje op Blauwe knoop in Schepping


20 augustus 2020. Wat mot je?
Opeens stikt het hier in huis van de motjes. Ze zitten verspreid op de witte muren in de keuken en woonkamer en concentreren zich ’s nachts bij lampen die de muren verlichten, zoals het goede nachtvlindertjes betaamt. De motten zijn ongeveer een centimeter groot, ovaal van vorm en opvallend plat. Hun vleugels en het borststuk zijn egaal grijs van kleur en contrasteren met de goudgele kop.

Kleine wasmot (Achroia grisella) op de muur van de keuken.

Het is nu het vierde jaar op rij dat deze mottige toestand zich voordoet, maar ik hoef me er niet ongerust over te maken. Het zijn geen motten waarvan de rupsen gaten knagen in kleding of tapijten. Het platte grijze vlindertje is de Kleine wasmot en de larven leven in bijennesten, waar ze zich te goed doen aan de was van de raten.
Dat werpt natuurlijk de vraag op waar ze in mijn huis bijenraten vinden. Het antwoord is eenvoudig. Al een jaar of vijf huist er een volk van honingbijen in de ongebruikte schoorsteen op het voorhuis. Op een zomerse dag kwam er een grote zwerm aangevlogen en die heeft in die schoorsteen kennelijk een goede plek gevonden voor het stichten van een volk. Iedere lente ben ik benieuwd of de bijen de Hollandse vochtige en kille winter hebben overleefd. Honingbijen komen immers van oorsprong uit het gebied rond de Middellandse Zee. Tot nu toe is het ze gelukt.
De bijen zijn vermoedelijk niet zo blij met de rupsjes van de wasmot in hun raten, hoewel ik  gelezen heb dat de larven vooral oude was consumeren. Misschien is het alleen maar een schoonmaakploeg. Blijft de vraag hoe de motjes zo massaal in huis komen. In de schoorsteen zie ik geen openingen naar binnen toe en bijen komen sporadisch het huis binnen. Een ander opmerkelijk feit is dat ik nog nooit een Kleine wasmot gezien heb bij een van de nachtvlindervallen met felle lampen die ik om de paar weken rondom het huis installeer, hoewel ze in huis wél door licht worden aangetrokken. Kennelijk blijven ze doorgaans rondom het bijennest hangen.

Honingbijen vliegen rond de schoorsteen waarin hun nest zit


14 augustus. Driedistel
Twee jaar geleden bezocht ik tijdens een mycologisch uitstapje de Silberberg, een prachtig kalkgraslandrelict in het Teutoburger Wald nabij Hagen. Er groeide daar aardig wat Driedistel op de droge, stenige grond. In het voorbijgaan stopte ik twee decoratieve, uitgebloeide bloemhoofdjes in mijn jaszak. Ik was ze totaal vergeten, maar toen ik een week later mijn hand weer in die jaszak stopte, herinnerden ze me pijnlijk aan hun aanwezigheid. Ze prikten, zoals het een distel betaamt.
Driedistels houden van open, warme plekjes op droge, kalkrijke grond. Daarom strooide ik de zaden uit op de bekalkte zuidhelling van Tao. Wederom vergat ik ze. Tot vandaag, want er stond zowaar één Driedistel te bloeien op Tao. Met twee bloemhoofdjes. Een cadeautje van moeder Natuurvoor mijn verjaardag .

Driedistel (Carlina vulgaris) op Tao


13 augustus 2020. Luchtige kunst
Een avondlucht als een aquarel, maar dan vol dynamiek.


10 augustus 2020. Hittegolf
Een ongekende reeks van tropische dagen met maxima van boven de 30 graden. Dat betekent iedere middag eventjes afkoelen met een ijsje in het Kristalmeer.


5 augustus 2020. Verweesd
Dik twee weken zwommen in het Kristalmeer een vrouwtje kuifeend met haar enig overgebleven kuiken na het dramatische verlies van zes andere donskuikens. Ze bleven altijd dicht bij elkaar en moeder alarmeerde bij de minste onraad met een krakend kwaakje, zodat haar kind zich tussen de oeverplanten kon verschuilen of snel kon onderduiken. Ze was heel zorgzaam, maar toch heeft ze er vandaag de brui aangegeven. In de plas zwemt nu een halfwas jong, moederziel alleen. Wellicht is ma vertrokken naar een groter water, waar het voor een alleenstaande dame veel gezelliger is, maar het kan ook bittere noodzaak zijn omdat  het meertje steeds kleiner wordt en wellicht niet voldoende voedsel bevat om twee eenden te laten overleven.
Hoe het ook zij, na het vertrek van moeder, heb ik een hard hoofd in over de toekomst van de kleine.

Het verweesde kuifeendje op het Kristalmeer


1 augustus 2020. Hemel op Aarde
Om vijf uur in de ochtend werd ik wakker voor een bezoekje aan het toilet. Een beetje slaapdronken zag ik door het raampje van de voordeur een onwerkelijke gloed. Ik tuurde even naar buiten. De muur van het stookhok en de stam van de notenboom lichtten oranje op. Het roze van de bloemen van de dagkoekoeksbloem in de voortuin was tien keer zo intens als overdag. De wereld leek ondergedompeld in een verfbad. Onwerkelijk. Het was alsof ik een hallucinerend middel had gebruikt, maar dat moet dan stiekem tussen de aardappels van het avondmaal hebben gezeten.
Ik was alweer op de weg terug naar mijn bed, want twee doorwaakte nachten bij nachtvlindervallen gaan je niet in de koude kleren zitten. Maar het droombeeld door het raampje liet me niet los De lokroep van de oranje gloed was sterker dan mijn behoefte aan slaap. Ik deed de buitendeur van het slot en liep naar buiten, de prille ochtend tegemoet. Ik had niets om het lijf, want de nacht was zoel geweest en zo vroeg was er toch geen mens op straat. Heerlijk om mijn blote voeten te voelen in de ochtenddauw.

Zo liep ik een eindje naar achteren, de tuin in. Daar vandaan had ik een beter zicht op de lucht. Vanuit het westen naderde een hoge, loodgrijze wolkenbank, die door de net opkomende zon van onderen werd beschenen met oranjerode stralen. Ze lieten de wolkentoppen onwaarschijnlijk helder rozerood en lila oplichten.
Verder ging ik door het vochtige gras naar het Bevrijde Land. Daar kon ik de oostelijke hemel zien, haast verblindend goudgeel onder een smalle strook opaalblauw met witte wolkenflarden. In het westen weerkaatsten de lage wolken een warm oranje licht dat het hele landschap deed gloeien. De aanblik was overweldigend, versterkt nog door de stilte van de vroege ochtend.


Daar stond de linde op Tao, scherp afgetekend tegen zware wolken met oranjebruine zomen die heel traag naderbij dreven. Toen ik de heuveltop bereikte, voelde ik de lauwe druppels van een beginnende, zachte zomerregen. Ik draaide me om. In het zuidwesten begon zich boven de berken een ijle regenboog te ontplooien die het hele land overspande. Ik stond daar te springen van geluk, als een kind zo blij. Ik schreeuwde het uit van verwondering, van puur genot, van de bovenaardse schoonheid van het land, de lucht, de zon, het water in het rimpelloze meer.


Een paar momenten waren Hemel en Aarde verenigd. En ik mocht daarvan in Schepping getuige zijn. Hier en nu mocht ik best dood neervallen om opgenomen te worden in deze hemelse wereld. Maar daarvoor was de tijd nog niet rijp, vond het universum.


30 juli. Reigerveen
Een dagje zwerven door landgoed Vossenberg. Ik probeer daar voor de eigenaar, Stichting Het Drentse Landschap, de ontwikkeling van de plantengroei te volgen. Vooral op de lemige oevers van de daar gegraven plassen hebben zich allerlei bijzondere soorten gevestigd van natte, voedselarme, kalkhoudende grond, een unicum in Drenthe. Heel talrijk is Moerashertshooi die nu volop bloeit met gele bloemen. Ze ruiken naar maggi en die geur hangt subtiel boven de oevers van de centrale plas, het Reigerveen.

Een deel van het Reigerveen met op de voorgrond Moerashertshooi
(Hypericum elodes)

Het Reigerveen is niet alleen in trek bij planten. Ook waadvogels, eenden en ganzen weten de ondiepe plas te waarderen. Ze vinden er voedsel en rust. De laatste jaren houdt er in de zomer bijna dagelijks een clubje lepelaars op. Vandaag staan er 15 te slapen op een lage modderbank, samen met een paar zilverreigers en acht ooievaars.

Lepelaars en een Ooievaar in het Reigerveen


21 juli 2020. Ochtendgloren
Het heeft beslist nadelen om na het inventariseren van nachtvlinders pas tegen de ochtend thuis te komen. Maar soms verandert dat nadeel in een voordeel, als je getuige mag zijn van een prachtige zonsopkomst achter Tao.


17 juli 2020. Dag van verrassingen
Het was zo’n leuk gezicht de afgelopen week, ma kuifeend met zeven donsballetjes in haar kielzog. Nou ja, de kuikentjes waren zo zelfstandig dat ze al gauw alle richtingen op zwommen en meters ver van moeder eend afdwaalden, als uitgelaten kleuters op een schoolreisje. Ze zwommen vooral dicht onder de oever van het Kristalmeer, waar blijkbaar veel lekkers voor ze te halen was. Als dat maar goed gaat, dacht ik geregeld.
Het ging dus niet goed. Gisteren waren er nog maar drie kuikentjes en vandaag is er slechts eentje over. Ik heb de moordenaar niet op heterdaad kunnen betrappen, maar er rust een ernstige verdenking op een verwilderde, schele, bruingevlekte, plukharige kat die vanmorgen vlak aan de oever tussen de hoge planten zit te loeren, de kop naar het water gericht. Ik gooi een flinke kei in zijn richting. Rakelings langs zijn kop natuurlijk, maar ik koester de ijdele hoop dat hij de schrik van zijn leven heeft gehad. Of is de dader misschien toch een van de blauwe reigers die hier regelmatig rondstruinen?

Moeder kuifeend met haar enige overgebleven kuikentje

Waar het ene verdwijnt, verschijnt het  andere. Opeens zwemt in het Kristalmeer een paar nijlganzen met een donsjong dat kennelijk net uit het ei is gekropen. Geen idee waar die vandaan komen. Ik heb hier al in geen maanden een nijlgans gezien. Ze komen wel ieder voorjaar solliciteren naar een nestplaats op het eilandje, maar worden de laatste jaren steevast afgetroefd door de Canadezen. Nu is bekend dat  nijlganzen geregeld op de vreemdste plekken broeden, ook hoog in een boom in grote nestkasten en buizerdnesten. Dus misschien was dat hier het geval. Opmerkelijk is dat de nijlganzen met hun jong twee dagen later alweer spoorloos waren verdwenen.

Nijlgans met kuiken in het Kristalmeer

De grootste verrassing doet zich voor als ik die middag langs de schapenstal loop. Iets bruins beweegt zich in mijn richting. Ik blijf staan. Een moment denk ik aan de vermaledijde zwerfkat, maar dit dier is aanmerkelijk slanker en kleiner. Op drie meter van me vandaan krijgt hij me pas in de gaten. Hij heft zijn kop op. Ik kijk recht in de kraalogen van een bunzing. Hij of zij is niet in het minst onder de indruk van deze ontmoeting met een zoogdier van het type mens. Hij gaat er even bij zitten, laat mij zijn tanden zien en sist nadrukkelijk. Waag het niet om dichterbij te komen, wil dat zeggen! Daarna begeeft de bunzing zich op een sukkeldrafje in de richting van de achterdeur van de stal. Wellicht heeft hij daar binnen een nest met jongen. Dat was een jaar of tien geleden ook al het geval.
Toch rijst onvermijdelijk de vraag: zou die bunzing zich misschien hebben vergrepen aan die schattige eendjes?

 

Links volwassen bunzing (foto in Belarus, 2012), rechts nest jongen bunzings in de schapenstal in 2013


8 juli 2020. Bepareld
Vannacht viel er zachte, gedempte regen uit een verstilde lucht. Geen zuchtje wind. Toen ik vanochtend door Schepping wandelde, was elke grashalm behangen met glasheldere druppels. Een veld vol broze pareltjes, zomaar aan mijn voeten. Wat een rijkdom! Gratis en voor iedereen.


6 juli 2020. Opnieuw zomerkuikens
Een bekend versje zegt: ‘In mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de koekoek en de griet. Die leggen in de meimaand niet.’
Het waarheidsgehalte van deze volkswijsheid valt te betwijfelen. De griet, nu kwartelkoning genoemd, arriveert inderdaad vaak pas in juni, maar de koekoek is dan al een tijdje bezig met leggen. Een veel betere kandidaat voor dit versje is de Kuifeend. Die broedt nu al vele jaren met één of twee paartjes in het Kristalmeer en ze hebben nooit eerder jongen dan in juli. Vorig jaar meldde ik in deze blog de vreugdevolle geboorte van zes jonkies op 1 juli, de vroegste datum tot nu toe. Nu zijn dat er zeven, een paar dagen later. Of het dezelfde moeder is, weet ik natuurlijk niet.
Het blijven aandoenlijke diertjes, die kuikentjes in hun bruine donspakje. Al vanaf de geboorte zwemmen ze in het kielzog van ma parmantig mee.

Kuifeend met zeven jongen in het Kristalmeer


3 juli 2020. Groentje
Het hele jaar door kun je in Schepping groene spechten tegenkomen. Vaak vliegen ze op vanaf de grond, waar ze zich tegoed doen aan de vele mierennesten die in mijn oude, hobbelige grasland verborgen zijn. De Groene specht is de Hollandse miereneter bij uitstek. Maar het blijven schuwe rakkers.  Ik hoor hun schelle schaterlach vaak terwijl ze uit het zicht blijven. Bij zoveel misbaar ga je ze er vanzelf van verdenken dat ze ergens in Schepping of de omgeving daarvan zullen broeden. Een door hen uitgehakte boomholte, herkenbaar aan de ovale opening, heb ik evenwel nooit kunnen vinden.
Vandaag zat er toch een bewijs van broeden in de tuin, in de vorm van een nog wat pluizige vogel, als jong goed herkenbaar aan de zwart gespikkelde wangen en onderzijde en de witte vlekjes op de wat flets groene vleugels. Het was een meisje, want een rode baardstreep ontbrak. Zij streek neer in de afstervende esdoorn achter het huis om daar, geheel vrouweigen, uitvoerig haar toilet te maken.

Pas uitgevlogen Groene specht in Schepping.


1 juli 2020. Eikenwespvlinder
Gestimuleerd door eerdere successen met feromoonvallen voor wespvlinders op eigen land (zie blogberichten van 14 en 16 juni) heb ik al een paar keer getracht om ook de Eikenwespvlinder in de val te lokken. De rupsen van deze wespvlinder leven onder de bast en in stronken van levende eiken en voeden zich daar met de sapstroom. Eiken genoeg, hier in Schepping. Oud en jong, krakkemikkig en vitaal, in bosverband en solitair. Toch is het niet zo vreemd dat mijn pogingen tot nu toe niets opleverden, want de Eikenwespvlinder staat landelijk als zeldzaam te boek en uit Drenthe zijn pas enkele waarnemingen bekend.
Wespvlinders houden van zonnig, warm weer. Vandaag is het fris, winderig en bewolkt, dus verre van optimaal. Ondanks de matige omstandigheden waag ik vandaag opnieuw een poging om ze te verschalken. Ik hang vallen op met feromonen voor de Eikenwespvlinder, Populierenwespvlinder en Appelglasvlinder. Ze zouden alle drie in Schepping kunnen voorkomen.
Bij een controle aan het einde van de middag blijken de laatste twee vallen leeg te zijn, maar in de val voor de Eikenwespvlinder vliegt iets schichtig heen en weer. Als het beestje even stil gaat zitten, blijkt het een prachtig vers exemplaar van de Eikenwespvlinder te zijn! Kenmerkend zijn de gele dwarsbanden op het achterlijf en de gele poten met een zwarte band. Door dit uiterlijk kun je deze vlinder in het voorbijgaan gemakkelijk voor een wesp aanzien. De Nederlandse naam en de wetenschappelijke naam (Synanthedon vespiformis) zijn goed gekozen. Als je wat beter kijkt, blijkt de tekening op de vleugels sterk te verschillen en ook de sprieten zien er heel anders uit. Maar wie neemt die moeite?

Eikenwespvlinder, 1 juli 2020

30 juni. Een natte neus in de spiegel
Vanmiddag vind ik in de brievenbus post van Stichting Het Drentse Landschap met daarin een kaartje aan alle vrijwilligers die de organisatie ondersteunen. Op de kaart staat een bekend corona-motto: ‘Blijf veilig en gezond’. Daarbij ingesloten zit een plastic zakje met een stukje textiel. Het blijkt een mond- en neusmasker te zijn met daarop een afbeelding van de roze snuit van een Hooglander, een van de grote grazers die bij het beheer van heidevelden en graslanden worden ingezet. Ik vind het wel geestig, maar hoorde ook van iemand het commentaar: ‘Afschuwelijk!!! Hoe verzinnen ze het!!!’ Het ding kan in ieder geval van pas komen als ik van het openbaar vervoer gebruik wil maken, want ik heb er nog geen aangeschaft. Ik heb de koeiensnuit meteen opgezet en in de spiegel bekeken. Mijn eerste muilkorf ooit.
Mijn koeiensnuit bekijkend in de spiegel komt de gedachte bij me op: gedragen wij, mensen, ons niet een beetje te veel als grote grazers en kuddedieren?

28 juni. Dudeldjo
De laatste paar jaar word ik op mijn land geregeld getrakteerd op het warme, zomerse geluid van de wielewaal. Ik neem aan dat deze zuidelijke gast hier broedt, want de hele maand juni hoor ik hem van tijd tot tijd roepen. Dudeldjo klinkt zijn lied….
Af en toe zit de wielewaal in de lindes vlak achter het huis lte roepen. Ik speur dan met de kijker langdurig de boomtoppen af, maar ik krijg hem nooit te zien in het dichte bladerdak. Terwijl het zo’n prachtvogel is met zijn exotische verenpak van zonnegeel en nachtzwart. Soms neem ik de uitdaging aan en fluit ik terug. Mijn wielewaal windt zich dan behoorlijk op over de laagbijdegrondse indringer in zijn territorium en begint steeds harder en sneller te dudeldjoën. Ons duet eindigt er doorgaans mee dat hij het bedrog ontdekt en met een lelijke gaai-achtige kreet van het strijdtoneel vertrekt. Als ik geluk heb, zie ik een moment een vogel ter grootte van een spreeuw wegvliegen.
Vanmorgen leek mijn wielewaal helemaal over zijn toeren. De tuin was helemaal gevuld met dudeldjo. Ik liep naar buiten om poolshoogte te nemen. De wielewalenzang klonk deze keer niet alleen uit de linde, maar ook uit een eik wat verderop. Even later mengde zich vanuit de bosrand nog een derde zanger in de vocale strijd. Dit concert voor trio in c-majeur duurde een kwartier. Toen kon de vogel in de linde het niet meer aanhoren. Met een rauwe oorlogskreet deed hij een uitval naar de top van de eik. Even later joegen twee wielewaalmannen achter elkaar aan. Een paar seconden flitsten zwart en geel door de blauwe lucht, tot ze uit het zicht verdwenen.
Dudeldjo….. Wat een mooie begroeting eigenlijk.

In deze bomen fluiten wielewalen. Maar ik krijg ze niet te zien.

26 juni. Vlindernacht
Het hooien van het Vaderland zit erop; de pakjes liggen veilig in de stal. Tijd om mijn zinnen te verzetten. Vandaag was het nog een zonovergoten, hete dag, maar volgens het KNMI is er een weersomslag op komst. Met een zoele nacht in het vooruitzicht is het een ideale gelegenheid om een bijdrage te leveren aan de nachtvlinderkartering in Drenthe.
Ik kies op goed geluk voor landgoed Hooghalen, eigendom van Het Drentse Landschap. Daar kan ik goed drie lichtvallen plaatsen langs een fietspad door een afwisselend gebied met een beukenlaan, eikenbosjes, meidoornstruweel, schraal grasland en een ven. Dat moet  wel wat opleveren.
De langste dag ligt net achter ons, dus de duisternis valt pas om 11 uur in. Nu verlaten de nachtvlinders hun schuilplaatsen, maar ondanks de heerlijk lauwe nacht blijft het opvallend rustig op de lakens achter de lampen. Rond één uur is er nog steeds weinig te beleven. Een plotselinge, koude windvlaag laat de bomen ruisen en de lakens opbollen. Mijn hoge verwachtingen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Even later gaat de wind liggen en wordt het een paar graden warmer.
Opeens krijg ik het druk. Van alle kanten komen vlinders aangevlogen, onweerstaanbaar aangetrokken door de speciale lampen. Prachtige vlinders, zoals de bleekgele Vliervlinder, het rozerode Groot avondrood, de grasgroene Zomervlinder. Zeldzaamheden, zoals de Zwarte-l-vlinder, het Eikenblad en de Bosrankdwergspanner. Een waar nachtvlinderfeest.
Ik was van plan om het niet al te laat te maken, maar daar komt niets van terecht. Pas om half vier, als in het noordoosten het alweer schemert, ruim ik mijn uitrusting op. In totaal tel ik zo’n 500 exemplaren van 95 soorten. Zo’n rijke oogst heb ik in jaren niet gehad.

   

Groot avondrood (links), Zomervlinder (rechts)

16 juni. Wilgenglasvlinders
Ik heb al een paar keer tevergeefs op diverse plekken in Schepping het feromoon van de Wilgenglasvlinder opgehangen. Volgens de boekjes moet deze vlinder in wilgenstruwelen vrij talrijk zijn, vooral op natte standplaatsen. In Schepping staan verspreid wel wilgen, maar meestal is dat de Boswilg die vooral op vrij droge plaatsen groeit. Vandaag doe ik een nieuwe poging bij een oude, spontaan opgeslagen Grauwe wilg op een wat vochtige plek in de noordoosthoek van het Bevrijde Land. En warempel. Twee uur later zitten er twee wilgenglasvlinders in de val. Prachtige dieren met hun rode vleugelpunten, rode band over het achterlijf en het zwarte pluimpje achteraan, chick afgezet met wat witte franje.

Wilgenglasvlinder

15 juni. Betrapt
Op 9 april zwom in het Kristalmeer een vogel die ik nooit eerder in Schepping had gezien. Een Waterhoen. Niets bijzonders, zal menigeen zeggen. Ze zitten immers vaak in boerensloten en zijn zelfs midden in de stad in parkvijvers te zien. Toch was ik opgetogen, want ik heb een zwak voor waterhoentjes. Als je ze goed bekijkt, zijn het prachtige vogels met hun leigrijze verenkleed dat in het zonlicht een subtiele blauwe gloed vertoont, aan de flanken voorzien van een contrasterende witte lijn. Ze zijn door moeder natuur perfect afgewerkt met geelgroene poten en een knalrode snavel met een gele punt. Bovendien schokken ze steeds zo aandoenlijk met kop en kont.
In de broedtijd veranderen waterhoentjes in het buitengebied in schuwe rakkers die zich verschuilen in dichte moerasvegetaties. Je hoort ze dan eerder dan dat je ze ziet, echt zoals het een lid van de rallenfamilie betaamt. Moerasvegetatie is er in Schepping evenwel nauwelijks, en al helemaal niet langs het Kristalmeer. Wat voert dat Waterhoen hier in zijn schild? Is het een toevallige passant?
Na die eerste keer ving ik toch af en toe een glimp van een Waterhoen op, zoals die ochtend waarop hij vlak achter het huis over een keienpaadje trippelde. Veel vaker hoorde ik zijn karakteristieke roep, in de trant van ‘prrruuk’. Dat geluid kwam van verschillende richtingen, maar opvallend vaak uit de lelievijver achter het huis. Zou hij daar tussen de zeggepollen een nest hebben gebouwd? In zo’n klein plasje?
Het bleef een raadselachtige vertoning. Tot vandaag. Want vanmiddag zag ik een waterhoen met twee halfwas jongen het Kristalmeer oversteken. Ze waren weliswaar in een oogwenk verdwenen achter het eilandje, maar dat hielp niet meer. Ik heb ze op heterdaad betrapt!

Waterhoen in het Kristalmeer

14 juni. Met hormonen in de val
Ik heb er een hobby bij: het inventariseren van wespvlinders met behulp van feromonen. Dat klinkt als tovenarij en eigenlijk is het dat ook. De familie van de wespvlinders (inclusief glasvlinders) omvat kleine tot middelgrote vlinders die in volwassen toestand een opvallende gelijkenis vertonen met wespen en vliegen. De rupsen leven verborgen in het hout en de wortels van houtige planten en enkele kruiden. In Nederland zijn 13 soorten bekend, waarvan de meeste in het rupsenstadium gebonden zijn aan een bepaalde waardplant. De namen Bessenglasvlinder en Eikenwespvlinder spreken wat dat betreft voor zich.
Wespvlinders worden door biologen tot de nachtvlinders gerekend, maar ze zijn overdag actief, vooral bij warm, zonnig weer. Veel soorten bezoeken van tijd tot tijd bloemen. Desondanks worden ze maar weinig waargenomen. In de zestig jaren dat ik in de natuur rondzwerf, heb ik nog nooit een wespvlinder gezien. Onoplettendheid wellicht? Of zijn de meeste soorten zeldzaam?
Recent is een interessante methode ontwikkeld om daarachter te komen. De vrouwtjes van wespvlinders scheiden soortspecifieke geurstoffen (feromonen) af om mannetjes aan te trekken voor de paring. De feromonen van de meeste soorten zijn inmiddels geanalyseerd en in het laboratorium nagemaakt. Ze worden commercieel aangeboden omdat veel soorten schadelijk kunnen zijn in cultures en bossen. Door kleine capsules met deze feromonen, zogenaamde lures, op geschikte plaatsen in het veld op te hangen, kunnen mannetjes van wespvlinders worden gelokt. Er zijn ook plastic vallen beschikbaar waarin zo’n lure kan worden geplaatst. Geile mannen die worden aangetrokken door een vrouwtjesgeur kunnen daaruit niet gemakkelijk ontsnappen. Zo kunnen we erachter komen waar wespvlinders voorkomen.
Wellicht de meest algemene wespvlinder in Nederland is de Bessenglasvlinder. Die soort zou in de meeste tuinen met bessenstruiken wel te vinden zijn. Nu groeien naast mijn moestuin slechts twee aftandse aalbessenstruiken, dus de kans dat die beestjes bij mij woonden achtte ik zeer gering. Twee eerdere pogingen leverden niets op. Vandaag heb ik het nog maar eens geprobeerd door een val met een lure van de  Bessenglasvlinder in een bessenstruik te hangen. Wie schetst mijn verbazing als er aan het einde van de middag een wolkje insecten in de val rondvliegt. Maar liefst 17 bessenglasvlinders tegelijk!
De rupsen van de Bessenglasvlinder leven in takken van bessenstruiken. Met zoveel vlinders begin ik me af te vragen of zij niet verantwoordelijk zijn voor de slechte staat van mijn aalbessen. Ik gun ze dat overigens van harte, want het zijn prachtige, boeiende insecten. Mysterieus blijven ze ook.

Bessenglasvlinder

12 juni. Schapen scheren
Vandaag staat in het teken van de schapen. Om 3 uur komt Bert gewoontegetrouw de schapen scheren. Dat doet hij al heel wat jaren en daarvoor kwam zijn vader. Een typisch voorbeeld van ‘jong geleerd, oud gedaan’.
Mijn zes schapen grazen nu met hun lammeren in het Land van Moet en de Hoge Weide. Als gevolg van de aanhoudende droogte groeit het gras daar bijna niet en moeten de schapen worden overgebracht naar de weide achter mijn woning. Na het scheren zal Bert ze met zijn veewagen hierheen transporteren. Voordat het zover is, moet de schapenstal worden uitgemest. Ik breng elf volle kruiwagens naar een oude mestbult. Dat is weer mooi voor de moestuin, volgend jaar.
Het scheren van mijn schapen loopt vaak op rolletjes, maar nu heeft het de nodige voeten in aarde. Ik heb een uithoek van de Hoge Weide zo ingericht dat hij gemakkelijk met gaas is af te sluiten. In die uithoek voer ik ze altijd schapenbrokken en krijgen ze water. Meestal laten ze zich door gerammel met een pan brokjes gemakkelijk naar die plek leiden. Ook vanmiddag volgen ze me gedwee, maar één schaap met een lam vertrouwt de zaak niet en blijft buiten het raster. Dat wordt een wilde achtervolging. Uiteindelijk loopt ze zich min of meer klem achter een paar hoge braamstruiken, maar zelfs dan moet Bert het schaap met een snoekduik om de nek vallen om haar te pakken te krijgen. Over haar lam, een rammetje, bekommeren we ons even niet. Hij hoeft nog  niet te worden geschoren.
Tijdens het scheren blijkt een oude ooi, Bles, een stuk prikkeldraad in haar vacht te hebben dat er helemaal in verward is. Ik had daar nog niets van gemerkt. Ze rende net zo lustig achter me aan als de rest van de kleine kudde. Het kost moeite en geduld om het prikkeldraad eruit te knippen. Bles heeft gelukkig alleen kleine, oppervlakkige verwondingen aan twee poten. Dat had veel erger gekund.
Na het scheren proberen we het hele zooitje in Bert z’n veewagen te krijgen, op naar het beloofde land van overvloed. Mijn schapen verlenen weinig medewerking. Het gezegde ‘Als er één schaap over de dam is, volgen er meer’, gaat deze keer niet op. Het is meer het spelletje ‘schaapje verwisselen’: de ene erin, de andere eruit. Maar uiteindelijk klaren we de klus met de nodige zweetdruppels
Het ontbrekende rammetje is ook al een lastpak. Hij laat zich niet verleiden door het klagelijke geblaat van zijn moeder en hij laat zich in eerste instantie ook niet door ons verrassen achter de braambosjes. In plaats daarvan rent hij helemaal naar het bos achter de huisplaats van Moet, waarbij hij met gemak over een tussenraster van schapengaas springt. Daarna is hij een tijdje spoorloos. Tijdens onze speurtocht nar het lam vinden we nog een stuk losliggend prikkeldraad. Weg ermee. Uiteindelijk krijgen we het rammetje toch te pakken achter de braambosjes bij de vangkooi. Bert is buiten adem en ik ben ook tamelijk total loss.
De schapen worden vervolgens zonder problemen vervoerd en gelost in de weide achter de stal. Ze beginnen onmiddellijk aan het verse, lange gras te knabbelen, alsof er niets is gebeurd.

Bert scheert een ooi. Haar lam houdt een oogje in het zeil.

9 juni. Bremraap
Vanochtend zwierf ik wat rond over het land, weelderig in bloei en nog steeds met volop zingende vogels. Voorbij het bruggetje over de lelievijver zag ik iets paars tussen het gras. Kennelijk een orchidee. Maar toen ik beter keek, zag ik dat de plant geen groene bladeren had, alleen wat violette schubben aan de stengel. Een Blauwe bremraap! Deze plant zonder bladgroen is een parasiet op de wortels van Duizendblad, soms ook alsem soorten. Hij is in Nederland zeldzaam is  en komt vrijwel uitsluitend in de kustduinen voor.
Dat de Blauwe bremraap nu in Schepping opduikt, is niet zo wonderlijk als op het eerste gezicht lijkt. In 2007 was ik op een bijeenkomst van ecologisch hoveniers en daar werden zakjes zaad te koop aangeboden van bijzondere inheemse planten. Ik besloot een gokje te wagen en kocht uit nieuwsgierigheid het zaad van Blauwe bremraap. De stoffijne zaadjes heb ik op diverse plekken uitgestrooid in de buurt van vitale plakkaten Duizendblad. Eigenlijk had ik er geen enkele fiducie in, maar tot mijn verrassing verschenen op één plek in 2008 drie bloeistengels van de Blauwe bremraap. In 2009 stond er nog maar eentje en het jaar daarop was de bremraap weg. Geen wonder, want het Duizendblad was ter plekke ook verdwenen, ondergronds opgepeuzeld door de parasiet.
Elf jaar later verrast de Blauwe bremraap mij dus opnieuw. Ik heb de plant op de huidige groeiplaats nooit gezaaid en het moet dus een nakomeling zijn van de bloeiende planten uit 2008 en 2009. Die stonden destijds een meter of vijftien van de huidige groeiplaats. Ik ben benieuwd of hij hier volgend jaar weer verschijnt, want er groeit maar weinig Duizendblad.

Blauwe bremraap in Schepping

8 juni. Een sieraad in de bloemenwei
De margrieten bloeien volop. Dat betekent een gedekte tafel voor talloze insecten, vooral vliegen en kevers. Met mijn fototoestel in de aanslag loop ik door het hooiland om wat van die bloembezoekers te portretteren. Ze zijn allemaal de moeite waard, maar eentje valt toch wel bijzonder in het oog: een forse, ovalen, bronsgroene kever met witte haarvlekjes op zijn dekschilden. In de zomerzon glanst de kever als een juweel. Het is één van de twee ‘gouden torren’ die Nederland rijk is. De soortnaam ‘Gedeukte gouden tor’ doet wel wat afbreuk aan deze eretitel.
De Gedeukte gouden tor is in Schepping een nieuwkomer. Pas vorig jaar zag ik hem voor het eerst, toen op de bloemen van Keizerskaars. Het is moeilijk voorstelbaar dat ik zo’n opvallende kever eerder over ’t hoofd heb gezien. Wellicht is het een van de vele insecten die geleidelijk oprukt naar het noorden als gevolg van de steeds warmere zomers. Een interessant detail is dat de larven van de Gedeukte gouden tor in nesten van de Rode bosmier leven (site Waarneming.nl). Ik ben benieuwd wat die larve daar eet en hoe hij het klaarspeelt dat hij door de mieren niet als een smakelijk hapje wordt beschouwd. Dat verhaal heb ik nog niet kunnen traceren.

Gedeukte gouden tor op bloem van Margriet

7 juni. Orchideeën
Het is een van de hoogtepunten van het jaar, de tijd dat de orchideeën bloeien. Ze groeien tegenwoordig op verschillende plaatsen in Schepping, maar toch het meest en het weelderigst aan weerszijden van het beekje aan de zuidkant van het Kristalmeer. Er staan daar door elkaar honderden exemplaren van de Rietorchis en de Gevlekte orchis, met allerlei overgangen daartussen. De purperrode en lilaroze bloemtrossen harmoniëren wonderwel met het zachte geel van de Grote ratelaar die daar nu ook volop bloeit.
Twintig jaar geleden zag dit gebied er heel anders uit. Er groeiden vooral haarmossen en grassen op de zure, lemige grond. Een beetje saai. De huidige rijkdom aan orchideeën is helemaal te danken aan het herhaaldelijk uitstrooien van gemalen mergel, waardoor de zuurgraad van de bodem drastisch veranderd is. Meer informatie hierover is te vinden in de nieuwe versie van het boek ‘Schepping’ die binnenkort op deze website wordt gepubliceerd.

3 juni. Boktor
Op een blad van de stokroos in de moestuin zit een grote, deftige kever. De dekschilden zijn bezet met goudgele schubjes en de poten zijn zilverwit. Het meest vallen echter de enorme, boogvormige sprieten op, zwart en opaalwit geblokt. Het is duidelijk een boktor, maar deze soort heb ik bij mijn weten nooit eerder gezien.
Met behulp van Internet (site obsidentify) kom ik er snel achter dat het gaat om de Gewone distelboktor. Er wordt bij vermeld dat deze soort in ons land algemeen is. Verbazend dat ik dit prachtige insect niet eerder ben tegengekomen.
Zo zie je maar weer. Je bent nooit te oud om iets nieuws te ontdekken.

Gewone distelboktor

28 mei. Meer dons in de plas
Net als vorig jaar zwemmen nu in het Kristalmeer twee brandganzen rond met drie zilvergrijze donsballetjes tussen zich in. Ze moeten vannacht uit het ei zijn gekropen, want gisteren zat moeder gans nog te broeden op het eilandje in de Azuren Zomp. Een tweede broedpoging van brandganzen aldaar is mislukt. Hun nest zat op een schiereilandje, verbonden met de oever. Dan maak je weinig kans tegen eierliefhebbers als vossen en bunzings.
Op het eilandje in het Kristalmeer broedde dit jaar gewoontegetrouw een stelletje Grote Canadese ganzen. Een voltallig ganzengezin produceert maanden achtereen een flinke hoeveelheid mest en dat heeft een ongewenste invloed op de bijzondere plantengroei in het water en op de oever van de plas. Daarom wilde ik in april het aantal eieren in het nest reduceren tot twee. De moeite bleek tevergeefs want alle zeven eieren in het nest bleken onbevrucht. Er was er al eentje kapot gegaan en die stonk verschrikkelijk. De Canadezen keerden ook niet op het nest terug en vertrokken spoedig met onbekende bestemming.

Brandganzen met pas uitgekomen kuikens

20 mei. Donsjes
Ik hoor ze veel vaker dan dat ik ze zie, de dodaarzen die jaar in jaar uit in het Kristalmeer huizen. Hun hinnikende gelach laten ze niet alleen overdag, maar ook ’s nachts horen. Dan klinkt hun gezang zelfs een beetje onheilspellend. Als ik omzichtig naar de plas loop, zie ik er af en toe eentje dobberen op het water. De dodaars heeft me echter direct in de gaten en duikt dan onder om ergens tussen dichte oeverbegroeiing weer boven te komen, onzichtbaar voor mijn spiedende blik. Er gaan dagen voorbij zonder een spoor van dodaarzen. Toch weet ik dat ze ergens aan de rand van het eilandje in de plas hun nest moeten hebben, zoals in andere jaren.
Vandaag is het anders. Nu zwemt er een dodaars in het Kristalmeer, met in haar kielzog drie zwarte plukjes drijvend dons. De eieren zijn uitgekomen. Moe laat een scherp alarmfluitje horen, maar de kuikentjes zijn nog wat soezerig en argeloos. Ze duiken eventjes onder om te demonstreren dat ze dat kunnen en laten zich daarna een tijdje goed bekijken. Wat een schatjes zijn het toch! Niet veel groter dan hommels, met dons dat alle kanten op staat en een eigenwijs kopje met zwarte kraaloogjes. Vertederend!

Piepjonge dodaarskuikens in het Kristalmeer

17 mei. Make-over voor Androgientje
Androgientje is een massief, menshoog beeld dat ik in 1997 heb vervaardigd van keileem, afkomstig uit de plassen van het Bevrijde Land. In totaal heb ik er destijds twaalf kruiwagens leem in verwerkt. Het staat in de bloemenweide achter mijn woning en is voorzien van een afdakje omdat het anders met de regen zou wegspoelen. Androgientje lijkt op een Siamese tweeling; een vrouw en een man, ruggelings met elkaar vergroeid. Het symboliseert voor mij de verbinding tussen het mannelijke en vrouwelijke principe, de mannelijke en vrouwelijke kant die binnen ieder mens aanwezig zijn.
Ondanks het afdak blijft Androgientje gevoelig voor weersinvloeden. Bij een hevige bui kunnen delen van armen en benen wegspoelen en de aangebrachte versieringen vallen af en toe in het gras. Hij en zij zijn dus af en toe aan een opknapbeurt toe. Dat was al een paar jaar niet gebeurd, maar vandaag heb ik er zin in. Lekker kliederen met natte leem en beide zijden opnieuw versieren met schelpjes, kettingen en frutsels. Ik had bij de kringloopwinkel al wat parafenalia ingeslagen.
Ik blijf een halve dag met Androgientje spelen tot ik tevreden ben over haar en zijn nieuwe look. Heel modebewust, vind ikzelf. Hieronder plaatjes van het resultaat!

 

De twee kanten van Androgientje na een opknapbeurt

16 mei. Muurkruipers
We zitten aan de koffie op het betegelde terras in de schaduw van een grote eik. Voor ons ligt de recent aangelegde steentuin met als opvallende elementen de Borietjes, de Galerij der Geliefden en de Toren van Babbel. Tussen de grijze keien bloeien paarsblauwe plakkaten kruipklokjes. Nu de planten aanslaan, verliest het metselwerk geleidelijk zijn oorspronkelijke kale hardheid. Het uitzicht stemt me tevreden.
Opeens zie ik vanuit mijn ooghoek iets bewegen op de loodrechte wand van de toren. Het is een vogel, klein en bruin, en daardoor nauwelijks afstekend tegen de bakstenen achtergrond. Een Boomkruiper. In zijn lange, gebogen snavel heeft hij een groene rups. Na een paar hupjes op de muur naar boven verdwijnt hij in een spleet van een betonnen siersteen die ik ooit uit een wegberm heb meegenomen waar hij achteloos was gedumpt. Terwijl de boomkruiper binnen de jonkies voert meldt zijn partner zich al met een andere lekkernij, bruin met lange poten. Ze lossen elkaar voorbeeldig af.
De boomkruipers zijn helemaal niet schuw terwijl wij vanaf een meter of vijf hun doen en laten gadeslaan. Bijna iedere minuut komt er wel een oudervogel aangevlogen met een hapje voor de jongen. Die zitten voor onze blik verborgen ergens in de toren verborgen en geven geen kik.
Speciaal voor vogels en insecten heb ik vorig jaar bij het metselen van de toren gaten en spleten in allerlei maten opengehouden. Stiekem hoop ik op een paar steenuilen, want die horen echt bij zo’n bouwval, ook al is deze ruïne een beetje nep. Maar steenuilen zijn erg schaars in deze contreien. In het voorjaar hing er een week een paar witte kwikstaarten rond bij de toren, maar die zijn niet tot nestelen overgegaan. Wellicht omdat pa kwikstaart gebiologeerd was door een ingemetselde spiegel in de muur en met zijn eigen spiegelbeeld voortdurend de strijd aanbond. De onverstoorbare boomkruipers trekken zich daar niets van aan. Ze zijn de eerste gevederde bewoners van de Toren van Babbel. Ik had ze helemaal niet verwacht, want volgens de boeken broeden ze vooral in spleten in bomen, achter los zittende stukken schors en in speciale nestkasten. Mijn goede vogelvriend Leo Oudejans vertelde echter dat al een paar keer boomkruipers hebben genesteld achter een daklijst van zijn huis. Dat komt wat nestplaats betreft al aardig dicht bij  mijn toren in de buurt.

Boomkruiper met voer voor zijn jongen bij de nestplaats

5 mei 2020. Ereprijs
Je zult maar ereprijs genoemd worden. Of deftig Veronica!
Het is echter volkomen terecht dat een nederig plantje zulke mooie namen draagt, want de bloemen zijn van een simpele, tedere schoonheid.  Ze doen me denken aan kinderogen: wijd open, argeloos en een tikje verwonderd. De bloemkroon is gezegend met een fantastisch  blauw dat een veel lijkt op hemelsblauw, maar een beetje naar violet neigt. De grote Eli Heimans was al een eeuw geleden verbaasd dat de kleurnaam ‘ereprijsblauw’ niet alom in zwang  was. En dat is hij nog steeds niet. Het is ook een mirakel dat zo’n lief en gemakkelijk plantje niet een van de meest populaire tuinplanten is. Ik zie hem tenminste nooit aangeboden in normale tuincentra.
Het is alleen jammer dat de poëtische uitstraling van deze ereprijs wat wordt ondermijnd door het voorvoegsel ‘gewoon’. Gewone ereprijs dus, terwijl ik het een wonder vind.
De bloemen van de Gewone ereprijs worden op sommige plaatsen overdag bezocht door een minuscuul vlindertje, niet groter dan vijf millimeter. Het is de Dwerglangsprietmot, waarvan de rupsjes op de vruchten en oude bladeren van ereprijs leven. Ik had er nog nooit van gehoord tot mijn mottenvriend Joop Verburg me een paar jaar geleden op het bestaan ervan wees. Bij het eerste veldje Gewone ereprijs op het Vaderland zagen we er al een paar rondvliegen. Sindsdien kom ik ze hier jaarlijks tegen. Eerst zie je helemaal niet wat er voor zwartig beestje wegvliegt, maar van nabij zijn het fraaie vlindertjes. In de zon zijn de vleugels goudgroen met een purperen glans. De Dwerglangsprietmot gaat voor zeldzaam door, maar vermoedelijk wordt hij vaak over ’t hoofd gezien.


Gewone ereprijs (links) en bloemen met een Dwerglangsprietmot (rechts)

3 mei 2020. Verlies en winst
De wind is weer naar de noordhoek, fris en stevig. Blauwe lucht met wattenwolken.
Ik heb de ijsvogels al zeker 10 dagen niet meer gezien en ze zijn dus hoogstwaarschijnlijk naar elders vertrokken. Ik ga maar eens een kijkje nemen bij de nestholte in de steilwand langs het Kristalmeer, waarvan ik de plek inmiddels met een verrekijker heb kunnen lokaliseren. Dat kijkje nemen is overigens gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de vier meter hoge, bijna loodrechte wand bestaat uit kruimelige leem. Een paar jonge boompjes bieden wat houvast en zo kan ik me met moeite staande houden. Er zijn bij de nestholte geen tekenen van activiteit te zien en bij de ingang liggen kapotte witte eierschalen. Blijkbaar is het nest leeggehaald door een of andere eierrover, wellicht de bunzing die ik af en toe zie lopen. Ik zal ze missen, mijn blauwe visvriendjes.
Tijdens mijn capriolen op de leemwand doe ik ook een leuke ontdekking. Er groeien twee mooie polletjes van Hondsviooltje, een plantje dat in Drenthe langzamerhand schaars geworden is. Ik heb vele jaren geleden op een hele andere plek eens een polletje geplant, maar het daarna nooit meer gezien. Het is gissen of de Hondsviooltjes van vandaag nazaten zijn van dat plantje of dat ze hier op eigen kracht zijn gearriveerd.


Verlaten broedholte van de ijsvogels met eierschalen (links), Hondsviooltje (rechts)

27 april 2020. Uitbundig
Koningsdag viert zichzelf met alweer heerlijk, zonovergoten lenteweer. Dat is ook wel het enige volksfeest vandaag, want in verband met corona zijn alle festiviteiten afgelast. Thuis blijven is het parool. Nu is dat voor mij niet zo’n probleem, want de tuin is adembenemend mooi. Als ik naar buiten kijk, zie ik uitbottende bomen in allerlei subtiele nuances van groen. Fris en sprankelend groen; heel anders dan het bezadigde groen van de zomer. De grote meidoorn naast het huis is dit voorjaar in krankzinnige spilzucht overladen met stralend witte bloesems. Eén groot bruidsboeket, mij aangeboden door meisje natuur. Ook de lijsterbes staat in volle bloei, maar neigt meer naar roomkleurig. Een beetje ouderwetsig, meer passend bij moedertje natuur. En dan die machtige kastanje van Anneleen als reuzenkandelaar met duizenden kaarsjes. Een verlaat kerstfeest.
Dichterbij, langs de vijverrand, zijn de japanse azalea’s opeens uitgebarsten in een orgie van paars, rood, roze en geel. Een paar jaar terug was hier een groep ecologisch hoveniers te gast in de tijd dat de azalea’s bloeiden. Een deel van hen vond deze uitbundigheid ongepast; te contrasterend met de groene pasteltinten en bleke bloesems van andere struiken. Een beetje ordinair. Of misschien wel heel erg ordinair, als opgemaakte bakvissen in te korte, kleurige jurkjes. Voor mij is de bloei van de azalea’s ieder jaar weer verrassend in zijn felheid en overdaad. Een symbool voor de steeds herboren jeugd, de eeuwige lente, het feest van het leven.
Ze dagen me uit: Vier het!

Tuin achter het huis met bloeiende paardenkastanje en Japanse azalea’s

17 april 2020. Nostalgie
Tenminste eenmaal in de lente maak ik een uitstapje naar het polderland  om weidevogels te zien en te horen. Het wordt voor mij steeds meer een reis terug in de tijd. In de jaren vijftig en zestig woonde ik aan de oostrand van Utrecht. Voorbij de rondweg begon de Johannapolder, eindeloze graslanden vol pinksterbloemen, boterbloemen en veldzuring waarboven leeuweriken ononderbroken tierelierden. Soms werden ze overstemd door de drieste uitvallen van grutto’s, kieviten en scholeksters naar overvliegende kraaien en ander gespuis. Waartoe ook ik behoorde, al had ik geen kwaad in de zin. De Johannapolder is korte tijd later volgebouwd met de nieuwbouwwijk Rijnsweerd en universiteitscentrum De Uithof. Ik moet er soms zijn en dat doet pijn. De teloorgang van de idylle uit je jeugd went nooit.
Vandaag was het zo ver. Met Christine maakte ik een zonovergoten wandeling door de Oostpolder bij Noordlaren. Het weidevogelleven was er niet erg uitbundig, maar ze waren er allemaal; gruttoënde Grutto’s, kievitende kieviten, turelurende tureluurs. Veldleeuweriken dansten als stipjes aan een onzichtbaar marionettentouwtje en vulden de blauwe lucht met de nostalgie van mijn kinderjaren. We zagen zelfs kemphanen, al waren dat groepen doortrekkers op weg naar het hoge noorden, waarvan de mannetjes nog hun mooie woeste kragen moesten krijgen. Als toetje zagen we vanaf de Osdijk hoe een zeearend op zijn enorme horst landde, gebouwd in een onbenullig elzenbosje dat in geen verhouding staat tot deze machtige vogel.


Grutto’s (links) en Tureluur (rechts) in de Oostpolder

4 april 2020. IJsvogels
De afgelopen weken had ik al enkele keren een ijsvogel opgeschrikt bij het Kristalmeer. Vanmorgen waren het er twee! En ze vlogen niet weg van een uitkijkpost langs het water, zoals gewoonlijk, maar van een plek  op de steilwand langs het Kristalmeer.  Die steile, lemige wand van een paar meter hoog was bij de inrichting van het Bevrijde land voorbestemd voor oeverzwaluwen. Zij hebben er nooit gebroed, maar in 2007 zat daar wel een nestholte van een paar ijsvogels. Hun broedpoging laat in het seizoen had geen succes, maar leverde wel onvergetelijke beelden op, zoals het aanbieden van een vers visje door manlief aan zijn beminde. De foto hieronder getuigt daarvan.
De jaren daarna kwam er slechts nu en dan een ijsvogel langs voor een snack uit het water. Het heeft er alle schijn van dat deze vliegende juwelen dit jaar een nieuwe broedpoging willen wagen. Ik hoop maar dat ik ze niet verstoord heb door mijn onverhoedse verschijning vanmorgen bovenaan de steilwand.

Paartje ijsvogels bij de steilwand aan het Kristalmeer (2007)

31 maart 2020. Nachtzangers
Middernacht, bedtijd. Voor het slapen gaan loop ik nog even de tuin in om het donker  te proeven. De lucht is helder en koud, met het pittige aroma van een winternacht. Mijn adem blaast dampwolkjes de duisternis in. Heerlijk om een paar minuten te luisteren naar stilte in plaats van naar de dolle wereld van alledag.  De wind is gaan liggen en de stilte is volmaakt.
Dan hoor ik langgerekte, geheimzinnige, gorgelende klanken ergens vanuit de nachthemel. Het is de zang van een overvliegende kerkuil die in de kapschuur van de buren nestelt;  een geluid dat de nachtelijke stilte eigenlijk alleen maar accentueert. Nu hoor ik ook een zacht en laag roepen oeh… oehh. De zang van een ransuil die al een paar jaar in een sparrenbosje bij de overburen nestelt.
Weer daalt de stilst mogelijke stilte neer over het land. Zelfs de bomen ruisen niet meer. Tot er opeens van dichtbij een schel ‘wieuw’ klinkt.  Zowaar en steenuil!  Uit een andere richting wieuwt een soortgenoot terug, wat lager van toon en heel ver weg. Ze zijn er dus nog, die prachtuiltjes, hier in Holthe!
Het is dus een echte uilennacht. Geen wonder. Een scherp afgetekende maansikkel staat laag boven de horizon aan de inktzwarte nachthemel. Ik kijk omhoog en staar verwonderd naar zoveel  oneindigheid. Zelden zag ik ontelbare sterren zo helder stralen. De Melkweg ligt als een zilverglanzende loper over het uitspansel. Ik zou wel willen verdrinken in de diepte van het heelal, zweven tussen de sterren. Eigenlijk doe ik dat ook, nu ik me intens verbonden weet met onvoorstelbare schoonheid, grenzenloosheid, eeuwigheid. Deelgenoot van het ultieme mysterie van zijn, net als de uilen.

VOGELS, Kerkuil, 2016-01-20, Musselkanaal, vervallen schuur-1 - kopie VOGELS, Steenuil, 2016-0-18, Holthe, nestkast bij Otto Krediet-2 - kopie
Kerkuil slapend in oude schuur (links);
jonge steenuilen in nestkast in Holthe (rechts)

20 maart. Dode schoonheid
Slenterend over het Vaderland zie ik ergens een grof, strokleurig restant liggen van een dode plant, afstekend tegen het groene mos. In een vlaag van netheid raap ik het op om het later in de groencontainer te deponeren. Pas dan valt me op dat ik iets bijzonders in handen heb. Het is de top van een Doornappel met drie zaaddozen. Hij moet afkomstig zijn van de plant die vorig jaar op  een hoop composterend materiaal aan de bosrand groeide, want dat was het enige exemplaar hier.
Bovendien blijkt bij nader inzien dat ik een sieraad vasthoud. Door bacteriën en schimmels, weer en wind zijn de zaaddozen gebleekt en verweerd tot een fijn kantwerk met daaraan nog steeds de forse stekels die de plant zijn naam bezorgen. Prachtig!
Voor kunst hoef je nooit ver van huis.

HOL, doornappel

15 maart 2020. Vroege bokalen
Toen ik vanochtend mijn rondje door Schepping liep, zag ik op een lemige plek een paar ronde gaten in het mostapijt. Het bleken paddenstoelen te zijn, de Bokaalkluifzwam. Er groeiden een stuk of twintig van deze bruine bekers bij elkaar in de buurt van een eik, waar ze een vriendschappelijke relatie mee onderhouden. De Bokaalkluifzwam verschijnt altijd in het voorjaar en niet in de herfst, zoals de meeste paddenstoelen. Dit jaar is hij abnormaal vroeg, gestimuleerd door de zachte winter en uitgenodigd door de nattigheid in februari. Het merendeel van de waarnemingen in Drenthe stamt uit mei.

Bokaalkluifzwam
Bokaalkluifzwammen in Schepping, maart 2020

12 maart 2020. Filosofenpad
Net terug van een tiendaagse vakantie in Andalusië. Twee dagen later werd in Spanje de noodtoestand uitgeroepen in verband met de corona epidemie.Daarna mocht je niet meer zonder noodzaak buiten lopen. Hebben wij even geluk gehad!
We verbleven er in een fijn appartement ten noorden van Malaga te midden van olijven en rondom met ruige bergen, ingebed in de natuurlijke stilte van de wind in de bomen en heldere sterrennachten. Onze gastvrouw Christa had door de grote bostuin een paadje aangelegd: El camanito del filosofo. Daarlangs waren op strategische punten zelfgeschilderde bordjes opgehangen met wijze spreuken van filosofen uit allerlei culturen. Als ik de teksten op me in laat werken wordt het lopen van dit paadje een weg naar mezelf. Hieronder zijn een paar bordjes met spreuken afgebeeld.

AND, 2020-03-04-42, Alfernate, Casa Christa,filosofenpad - kopie AND, 2020-03-04-36, Alfernate, Casa Christa,filosofenpad - kopie AND, 2020-03-04-43, Alfernate, Casa Christa,filosofenpad - kopie

28 februari 2020. Neushoorns in de tuin
Februari was kleddernat. Prachtig voor de uitgedroogde natuur. Toch ben ik blij dat vanochtend de zon weer eens schijnt in een blauwe lucht met onschuldige stapelwolken. Het geeft mij een lentegevoel, en niet mij alleen. Opeens zingen er allerlei vogels; veel koolmezen, roodborst, winterkoning, twee zanglijsters. Een groene specht lacht. Boodschappers van het naderende voorjaar.
In dat verband heb ik de moestuin voorzien van mest van mijn eigen schapen. Elk jaar haal ik na het winterseizoen de schapenstal leeg. De mest, gemengd met veel stro en hooi, krui ik naar een vaste plek aan de rand van een nabijgelegen bosje. Daar mag de mest dan een jaartje verteren. Bij het wroeten in de mesthoop kwamen vandaag een stuk of zes lompe witte keverlarven tevoorschijn van zo’n 3 centimeter lang. Ze leken veel op engerlingen van de Meikever, maar die leven van graswortels. Het bleken de larven te zijn van de Neushoornkever! Deze zeer grote kever is in het noorden van Nederland zeldzaam. Ik heb de volwassen dieren hier nog nooit gezien. Wikipedia vermeldt dat de larven vroeger vooral leefden in vermolmd hout van woudreuzen, maar dat ze zijn overgestapt naar ander broeiend plantaardig materiaal, zoals hopen van compost of houtsnippers. De larven schijnen 3-5 jaar te leven en kunnen wel 12 cm lang worden. Bij mij zijn het dus nog jonkies.
Ik heb de engerlingen van de neushoornkever die het daglicht zagen na afloop van mijn tuinarbeid teruggezet in het restant van de mesthoop. Die lijkt nog groot genoeg voor hun verdere ontwikkeling. Misschien zie ik over een paar jaar wel zo’n kanjer van een kever ’s avonds rondvliegen. Dat zou een geweldige beloning zijn voor mijn beperkte neushoornzorg.

HOl, neushoornLarven van de Neushoornkever in hoop oude schapenmest in Schepping

26 februari 2020. Muizenissen
Een week geleden zijn mijn twee maaimachines opgehaald voor hun jaarlijkse onderhoudbeurt. Ik probeerde mijn  zitmaaier uit de stalling te rijden, maar de motor gaf geen kik. Henk-Jan van het mechanisatiebedrijf keek bedenkelijk. Er was wat met de electronica en het glasplaatje voor het dashboard was helemaal beslagen. Hoogst verdacht.
Vandaag was ik bij het bedrijf en vanuit de werkplaats wenkte Henk-Jan me met enig enthousiasme. ‘Ik heb de oorzaak van de motorstoring ontdekt. Moet je eens kijken!’ Hij had de afdekking van het besturingssysteem verwijderd, maar van de daar aanwezige kabels en de printpraat was niets te zien. Alleen een compacte bal van dorre bladeren en gras. Een muizennest!
De muizen waren door een nauwe opening naast de uitgaande kabels naar binnen gekomen en hadden vervolgens hun winterverblijf naar eigen smaak ingericht. Daarbij hadden ze in het voorbijgaan een stel in de weg zittende kabels doorgeknaagd. De bladerbal stonk overweldigend naar muizenpies. Zelfs Henk-Jan had in zijn langjarige loopbaan nog nooit zoiets gezien.
De rekening van deze schoonmaakbeurt zal in de papieren lopen want het hele elektronische gedeelte moet worden vernieuwd. Helaas kan ik de kosten niet verhalen op de muizen, want hun huidige adres is mij niet bekend.

23 februari 2020. Stilte voor de storm
Het KNMI had er al voor gewaarschuwd: Deze zondag valt de regen bij bakken uit de hemel. Alweer, want deze maand is extreem nat en onstuimig. Voor de verandering is het vandaag windstil. Het enige geluid is het gestage gedruis van de regen. Overal staan diepe plassen rondom het huis en in het Kristalmeer steekt het eilandje nog maar net boven het water uit. In de Azuren Zomp heeft het peil de voet van de den op het eilandje bereikt en in het Vaderland zijn beide poelen ineen gevloeid tot één plas. Wie had dat kunnen denken na het extreem lage waterpeil in augustus vorig jaar?

IMG_5065 - kopie
De Azuren Zomp bij hoog water

Uren ruist de regen neer uit de stille grijze hemel, maar vroeg in de middag houdt het plotseling op. Daarmee is de rust voorbij. Zo gauw de laatste regendruppel is gevallen hoor ik een luid geraas, alsof er een trein op volle snelheid aan komt denderen.  Het is het geraas van een woeste westenwind in de toppen van de bomen, die wel mee moeten deinen op het ritme van de windvlagen. Nog nooit zag ik een verstilde atmosfeer zo abrupt omslaan in luidruchtige beweging. De rest van de middag stormt het.
Als de wind tegen de avond een beetje luwt, loop ik een rondje over het Vaderland. De gewoonlijk zo droge grond sopt onder mijn voeten. Niet alle bomen waren buigzaam genoeg om het natuurgeweld te doorstaan. Vier flinke bomen in de bossingel zijn door de storm geveld of ernstig gehavend.

IMG_5060 - kopieOude vogelkers op het Vaderland, geveld door een rukwind

18 februari 2020. Kleurrijke gasten voor het raam
Op een paar meter van het raam van de achterkamer staat een tafel die elke ochtend uitbundig wordt bestrooid met een mengsel van allerlei zaden, vooral veel zonnepitten. Er is bijna altijd wel wat te beleven. Nu strijkt er een forse plompe vogel neer op de voertafel. Een appelvink!
Wat verder naar achteren is een stukje blauw papier in een struik blijven hangen. Vreemde kleur blauw, bijna licht gevend. Wacht eens even …. niks papier. Een ijsvogel!

Voor een uitgebreider verhaal zie de column ‘Gevederde vriendjes’ op de pagina columns.

HOL-VOGELS, Appelvink, 2020-02-18, voertafel-1 - kopie  HOL-VOGELS, IJsvogel, 2020-02-18, tak bij lelievijver-4 - kopie
Appelvink (links) en IJsvogel (rechts)

15 februari 2020. Keienpaadjes
Als je een flink stuk land hebt, zoals ik, kun je niet elke dag romantisch voor je uit zitten staren tot er weer een regenboog verschijnt. Er is ook altijd het nodige te doen. Vandaag is dat het onderhoud van de veldkeienpaden op het erf. Ik moet toegeven dat die bestrating hobbelig is en niet erg praktisch voor lieden die slecht ter been zijn. Maar ik heb nu eenmaal een zwak voor veldkeien en voor de ouderwetse keienweggetjes die nog hier en daar in Drentse boswachterijen te zien zijn.
Aanvankelijk legde ik de keitjes los in het zand, doch in de voegen vestigden al snel veel grassen en andere planten. Regelmatig wieden was noodzakelijk. Elke zomer bracht ik zo heel wat dagen op mijn knieën door met een voegenkrabber in de hand. Bovendien verzakten voortdurend delen door gegraaf van mollen en andere bodemdieren. Met de groei van het padennetwerk in mijn tuin was dat niet vol te houden. Daarom heb ik een jaar of tien geleden alle paden overnieuw gelegd, maar nu in een bed van beton. Minder romantisch en aanvankelijk ook niet zo mooi. Na een jaar of twee waren de keien echter wat verweerd en vaak groen uitgeslagen. De cementvoegen werden bevolkt door allerlei mossen, zodat van de voegspecie bijna niets meer te zien was. Geen verzakkingen, weinig onderhoud. Ik ben dik tevreden.
In de loop van de jaren word de laag mos op de paadjes dikker en er hoopte zich steeds meer aarde op. Een nieuwe kans voor grassen en andere planten om zich te vestigen. Sommige wortels zijn zo sterk dat ze diep in het cement doordringen, bijvoorbeeld van paardenbloemen. Dat is het begin van het einde. Het is overigens wel een geruststellende gedachte dat de natuur uiteindelijk alle menselijke bouwsels weer koloniseert, zodat ze geleidelijk weer deel gaan uitmaken van de aarde. Toch wil ik mijn paadjes nog wel eventjes in stand houden. Vandaar mijn bezigheden vandaag.
Helemaal schoon worden die paadje  niet. En dat hoeft van mijook niet. Dan blijven er genoeg mossen over om deze schoonmaakactie spoedig met een lieftallig groen manteltje te verhullen.

IMG_4903 - kopie

9 februari 2020. Ciara
De eerste winterstorm raast over het land. Zij is zo heftig dat ze zelfs een naam heeft gekregen: Ciara. Al heet het een winterstorm; koud is het niet. De zuidwester voert zachte lucht aan en de thermometer aan het stookhok wijst 10 graden aan. Zelfs in Moskou is het geen winter. Geen wonder dat er vandaag in Schepping al een echte voorjaarsbode verschijnt. In de stal staat vanmorgen maar één schaap en er klinkt een ijl, hoog blaatstemmetje. Het eerste lammetje, dat bont gevlekt, ferm en fier op zijn pootjes staat. Vertederend hoe moeder Bles haar kind met zorg  omringt. Ze heeft wel wat extra schapenbrokjes verdiend. De wind heeft het lam zijn of haar naam  geschonken: Ciara.

HOL, 2020-02-12, Bles met lam Ciara-4 - kopie
Bles en Ciara

6 februari. De veenputjes van Harm Moed
Ik heb de laatste dagen veel binnen gezeten. Tijd om de zinnen te verzetten. Gewapend met een beugelzaag en snoeischaar loop ik naar het broekbosje met veenputjes dat ik begin 2018 heb aangekocht. Er staat daar nogal wat Amerikaanse vogelkers tussen de berken en vuilboom. Die opdringerige exoot kan maar beter worden verwijderd voordat hij zich nog verder uitzaait.
De veenputjes zijn maar vijf minuten lopen van huis. Toch waan ik me in een andere wereld. Grillige berken groeien er schots en scheef op onregelmatige veenrichels tussen kuilen met bruine drab en donker water. Het zijn veenputten waar de legendarische Harm Moed tot in de vijftiger jaren turf stak om de winter door te komen. Hij had destijds een woonwagen onder oude eiken op een zandrug wat noordelijk van deze plek, alsmede een ondergrondse stal met een koe en een geit. Nu komt er vrijwel nooit meer iemand. Je moet altijd goed uitkijken waar je loopt. Een buurman heeft jaren terug een been gebroken toen hij over een boomwortel struikelde en in een veenput terecht kwam. Het verhaal gaat wel dat hij behoorlijk aangeschoten was.
Ik verzaag een stuk of tien vogelkersen tot hanteerbare stukken. Na twee jaar drogen zijn ze prima brandstof voor de houtkachel. Heerlijk werken hier in alle rust en een omgeving die woest en ledig lijkt in een overigens aangeharkt land.

HOL-BOSJE, 2020-02-06, veenputjes-5 - kopie

Op de terugweg zie ik in het eikenbos een flinke zwarte keutel onderin een ondiep gat met steile wanden. Typisch een dassenlatrine. Ik had al eerder graaf- en krabsporen in het bos gezien, maar een latrine nog nooit. Ik heb een tijdje gezocht naar een hol, maar niets gevonden. Het is hier wel een prachtige uithoek voor een dassenburcht.

ZOOGDIER, Das, 2020-02-06, keutel in latrine, Holtherbosje - kopieDassenlatrine

5 februari. Azuren Zomp

2020-02-05, weerspiegeling zon in Azuren Zomp-3 - kopie

Wie de zon in het water ziet schijnen
Mag zalig verdrinken in licht

4 februari 2020. Lichtend mos
Pril voorjaarsweer. De zon schijnt, de krokussen staan wijd open en de eerste zanglijster zingt in de bosrand. Heerlijk om over het Bevrijde land te slenteren, langs de oevers van het Kristalmeer en naar de linde op Tao. Op de terugweg naar huis zie ik hoe het bemoste grasland door het strijklicht van de lage zon wordt gestreeld, hoe de bomen daarop lange schaduwen werpen. Ik heb dat al tientalen malen gezien, maar nu zie ik het pas echt. Geraakt door schoonheid sta ik een tijdje als aan de grond genageld.

2020-02-04, zuidstrand met strijklicht en schaduwen-2 - kopie

Strijklicht

Schaduwen van hoge bomen
Zacht zonlicht 
Weeft  nietig mos
Glanzend zilvergroen
Tot zwevend tapijt
In trillende lucht
Boven de Aarde
Onder mij

31 januari 2020. Bolletjes
Een weervrouw zei een dezer dagen in het journaal dat “typisch Hollands winterweer nog in geen velden of wegen te bekennen is”. Onbewust een staaltje nostalgie, want ze doelde op ouderwets Hollands winterweer met schaatsbaar ijs, sneeuwpret en een elfstedentocht ergens in het achterhoofd. Ik heb deze winter geen vlokje sneeuw gezien en alleen rond oudjaar lag er op de plassen een flinterdun laagje ijs. Een boterzachte winter lijkt het nieuwe Hollandse normaal.
Deze januari behoort tot de top-vijf van warmste januarimaanden ooit gemeten en december stond in de warmste top-tien. Geen wonder dat na zulke oververhitte wintermaanden de sneeuwklokjes en boerenkrokussen op het erf al volop bloeien. Maar het was voor mij een verrassing dat ook al een narcis het lef had zijn bloem te openen. Dat is hier nog nooit in januari gebeurd. Deze primeur is weggelegd voor een Wilde narcis, een nazaat van de inheemse narcissen die een eeuw geleden in grote getalen de Drentse beekdalen bevolkten. Nu resten daarvan alleen wat exemplaren die destijds overgeplant zijn naar boerentuinen in Ruinerwold, Nijeveen, Oud-Schoonebeek en andere dorpen in Zuid-Drenthe. De Wilde narcis heeft een elegante bloem met een heldergele rok, omgeven door vijf lichtgele bloemblaadjes die schuin naar voren neigen. Heel wat anders dan de alom gekweekte Trompetnarcis met veel grotere, knalgele bloemen die wijd open staan en niets te raden laten. Een beetje ordinair eigenlijk, die Trompetnarcis.

HOL-PLANT, Narcissus pseudonarcissus, 2010-04-05, Vaderland - kopie
Wilde narcis in Schepping

24 januari 2020. Tuinvogels
Dit is het weekend van de nationale tuinvogeltelling. Ik doe al een paar jaar mee en ook nu neem ik weer een halfuur de tijd om de vogels in mijn tuin te tellen en te noteren. Daarbij beperk ik me tot het erf rondom het huis, want het hele land van ruim 8 ha met plassen en bos als tuin meetellen is natuurlijk een beetje vals spelen.
De telling kan tot en met zondag plaatsvinden maar voor mij is het van groot belang om de klus  deze vrijdag te klaren. Dat heeft twee redenen. Op de eerste plaats is het een paar dagen behoorlijk fris geweest met in sommige nachten zelfs een graadje vorst. Kou lokt altijd vogels naar gemakkelijk bereikbaar energierijk voer dat ik elke ochtend in ruime hoeveelheid uitstrooi op en rond twee voertafels. Geelgorzen en kepen zie ik bijna alleen in koude periodes in de tuin.
De tweede reden is nog belangrijker: Henk komt. Dat zit zo. Henk is mijn buurman die bijna elk weekend vanuit Rotterdam naar Holthe reist om hier te genieten van het buitenleven. Hij is dol op vogels en andere dieren. Zijn hele tuin hangt daarom vol nestkasten in allerlei maten en soorten en hij heeft een prachtige, beschutte voerplek voor vogels gemaakt onder een oude appelboom. Als Henk hier verblijft, is er in mijn tuin nauwelijks meer een vogel te zien, terwijl het bij hem fladdert en tjilpt van je welste. Mijn gevederde vriendjes lopen gewoon massaal over. Hoe hij dat flikt, weet ik niet precies. Ik vermoed dat hij een sterren-vogelrestaurant beheert met gedroogde meelwormen, gemalen insecten en diverse soorten pindakaas, terwijl ik gewoon een snackbar run met simpele vetbollen en zonnenbloempitten. Wellicht vinden ze zijn restaurant ook wel knusser ingericht. Of misschien vinden ze Henk gewoon leuker.
Ik gun Henk trouwens alle vogeltjes van de wereld. ‘Mijn’ tuinvogels zijn uiteraard niet van mij, maar zo vrij als een vogeltje. En ik kan de rest van de week volop van ze genieten.
Voor de landelijke tuinvogeltelling is deze vrijdagochtend dus heel geschikt. Hieronder volgt het resultaat van mijn telling, in totaal 96 vogels van 21 soorten. Nooit eerder waren dat er zoveel. Natuurlijk een paar gelukstreffers, zoals de sperwer die een verrassingsuitval deed naar de voertafel, zonder succes dit keer. En het groepje kramsvogels dat toevallig in de bomen langs de weg neerstreek.
Zo’n vogeltelling, hoe beperkt ook, drukt me met mijn neus op sommige trends die landelijk al jaren spelen, zoals de afname van mussen. Tot voor drie jaar was de Ringmus veruit de talrijkste vogel op de voertafel met soms wel 40 exemplaren die elkaar letterlijk van de plank afduwden. Daartussen zaten ook altijd wel een stuk of tien huismussen. Nu waren er nog maar acht ringmussen en de huismus ontbrak helemaal. Aan de andere kant is de Appelvink pas sinds twee jaar een vaste klant in vogelsnackbar Schepping.

2020-01-24, voertafel met groenling, vink, keep
Voertafel met groenlingen en één keep

Kramsvogel 14          Vink 6                                     Sperwer 1
Koolmees 12              Merel 4                                   Winterkoning 1
Geelgors 10                Holenduif 3                            Roodborst 1
Groenling 10             Gaai 3                                       Matkop 1
Ringmus 8                  Zwarte kraai 2                       Keep 1
Pimpelmees 7           Grote bonte specht 2             Goudvink 1
Spreeuw 7                 Ekster 1                                    Appelvink 1

2020-01-24, holenduif, geelgors, ringmus op strooivoer
Holenduif, ringmussen en geelgorzen op strooivoer

19 januari 2020. Dwingelderveld
Zondag. Zonovergoten en fris. Een prima dag om laaat in de middag een flinke wandeling te maken aan de noordkant van de Dwingeloosche Heide. Opnieuw sta ik versteld van de magische kracht van licht. Woorden schieten te kort. Daarom laat ik beelden spreken.

DSC02081 - kopie

DSC02101 - kopie

DSC02107 - kopie

DSC02115 - kopie

18 januari 2020. Opnieuw alle kleuren
Licht blijft me verrassen. Vanmiddag spant zich alweer een regenboog achter het huis, van aarde tot aarde.

10 januari 2020. Regenboog 
Ik zit achter mijn computer en, gelukkig, tegelijk voor een groot raam met uitzicht op de tuin achter het huis, de schapenwei en verderweg het bos. Het is laat in de middag van de zoveelste druilerige dag in deze herfstige winter. De schemering valt vroeg vandaag. Opeens lijkt het of iemand het licht aan doet. Een beetje verbaasd kijk ik op. De toppen van de berken achter het huis baden in een oranje gloed, afstekend tegen de loodgrijze achtergrond van de buienwolken. Kennelijk heeft de lage avondzon een opening in het wolkendek gevonden. Het regent nog steeds een beetje.
En dan, hoog boven de bomen, spant zich een kleurige, heldere regenboog. Ik snel naar buiten om te genieten van dit schouwspel, het te voelen en te proeven. Hoog boven het Bevrijde land verheft de hemelboog zich stralend voor de loodgrijze wolken.
Alweer licht dat een wonder te weeg brengt. Misschien wordt dit wel mijn grote thema dit jaar.
Licht. Ik hoop dat de hele wereld met me meedoet!

 

Zie ook de column van 10 januari met de titel ‘Hemelboog’ (pagina columns)

6 januari 2020. Lichtwerk
Ik heb niet zoveel met de tradities van oud en nieuw, en al helemaal niet met het afsteken van vuurwerk. Wat stelt een nieuw kalenderjaar eigenlijk voor? Het lijkt me een menselijke behoefte om een baken te plaatsen in de tijd in een vergeefse poging om  grip te krijgen op dat wat eeuwig vloeit. Als je ervoor open staat, begint elke dag een nieuw jaar, een nieuwe eeuw, een nieuwe eeuwigheid. Iedere dag is bij uitstek geschikt om eeuwigheid te ontdekken.
Wat me wel aanspreekt rond het einde van het jaar is de zonnewende, het tijdstip waarna de dagen weer gaan lengen; de aankondiging van een nieuwe lente, een nieuwe zomer. De eerste tekenen zijn er al. Hazelaars laten hun katjes stuiven en een grote lijster zingt ergens ver weg een ingetogen melodie. Het is tijd voor mijn traditionele nieuwjaarwandeling, deze keer samen met Christine door de bossen van het Hart van Drenthe tussen Elp en Grolloo.
Op deze saaie, grijze winterdag hebben we het bos voor ons alleen. Af en toe passeren we een veentje met okergele pijpenstro en roerloze silhouetten van bomen, verzacht door nevelflarden. Het land is in zichzelf gekeerd en verstild. Zelfs geen vogel die de moed heeft om de stilte te doorbreken. Slechts een enkele windvlaag brengt beweging en geruis in de toppen van de dennen. Daarna weer de diepe, weldadige stilte van natuur in winterrust.
We naderen vanuit het westen het Grolloërveen, een zompige vlakte van beige pijpenstro, rond een meer met bruinzwart water, omsloten door golvende contouren van diepgroene sparrenbossen. Je zou je hier gemakkelijk in Midden-Zweden kunnen wanen. Terwijl we dit magnifieke landschap in ons opnemen, licht opeens een smalle strook van het grauwe veen fel op, alsof er een zoeklicht over het land strijkt. Verrast kijken we om. De laagstaande, maar heldere zon is onder een donkere wolkenband gezakt in een opaalblauwe lucht met vriendelijke lentewolkjes. Het is alsof er boven ons een schuifdak wordt geopend.
Een minuut later heeft het landschap een metamorfose ondergaan. De pijpenstrovlakte is goudgeel betoverd, het meer kleurt diepblauw met aan de randen rossige randen van veenpluis. Zilverwitte berkenstammen tekenen zich af tegen de donkere sparren; de fijne berkentwijgen verkleuren intens paars. Boven het veen zweeft een blauwe kiekendief, bijna wit als een zeemeeuw in de avondzon.
Ja, het licht kwam en heeft ons volkomen vervuld. Het jaar had niet mooier kunnen beginnen.

31 december. Oud en Nieuw
Oudjaar. Proberen om ongeschonden de nationale oliebollen- en vuurwerkdag door te komen. Morgen lonkt het nieuwe jaar 2020. Het klinkt nog onwennig, maar dit getal staat me wel aan.
De hoogste tijd om ook op deze site mijn nieuwjaarskaart te presenteren. Wat zou het trouwens mooi zijn om elkaar iedere dag een gelukkig jaar toe te wensen!

Nieuwjaarskaart 2020 Scan

Sommigen vragen zich af wat dit kleurrijke plaatje eigenlijk voorstelt. In de kleine zwarte lettertjes onderaan wordt een tipje van de sluier opgelicht: ‘buxusmotten in fontein in Chatillon-en-Dois, France’. Een vakantiekiekje dus.
In september vierden Christine en ik tien dagen vakantie in de Drôme in het zuidoosten van Frankrijk. Het is een heerlijk heuvellandschap, bestrooid met antieke dorpen en stadjes. Een van die middeleeuwse plaatsjes is Chatillon-en-Dois. Op het centrale plein vloeit al eeuwen lang kristalhelder water uit een getemde bron in twee stenen bekkens. Onder het buisje waaruit het dunne waterstraaltje valt, groeien mossen op de permanent vochtige muur. Uit de verte leken er sneeuwvlokken aan vast te plakken, maar dichterbij gekomen bleken het buxusmotten te zijn die zich laafden aan het natte mos. De hele Drôme was na een extreem hete zomer gortdroog. Geen wonder dat de vlindertjes zo massaal deze kostbare bron bezochten.

DROME, 2019-09-16-037, Chatillon-en-Diois, fontein met buxusmotten - kopieIn de bassins dreven op het wateroppervlak honderden dode buxusmotten. Ze vormden een wonderbaarlijke collage van parelmoer glanzende, witte vleugels met een zwart rouwrandje, samen met rode bloembladeren van de begonia’s aan de rand van het bekken en goudgele bladeren van een overhangende boom. Alles deinde zachtjes  op en neer op het ritme van de rimpelcirkels in het water.
Schoonheid is onsterfelijk.

DROME, 2019-09-16-048, Chatillon-en-Diois, fontein met buxusmotten - kopie

7 november 2019. Uitzending over Schepping in Roeg op 9 november a.s.
Tijdens de PWD-excursie van 4 november j.l. zijn door Jan Dijk opnamen gemaakt voor het natuurprogramma Roeg van RTV Drenthe. De daarvan gemaakte collage wordt voor het eerst uitgezonden op 9 november a.s. om 17.10 uur en daarna een aantal malen herhaald.

oef pwd hollthe eef arnolds schepping.CR2
Eef in gesprek met Jan Dijk van RTV Drenthe in Schepping op 4 november (foto Geert de Vries).

4 november 2019. Paddenstoelenexcursie in Schepping
Zoals ik al had verwacht heeft de vorst van vorige week de paddenstoelenpracht van de afgelopen tijd goeddeels weggevaagd. Veel paddenstoelen zijn net zo gevoelig voor vorst als dahlia’s. Vooral in de open terreingedeelten is de schade groot. Van de ‘klaprozenvelden’ vol Zwartwordende wasplaten resten nu slechts wat verschrompelde, zwarte lijken. Jammer voor de Paddenstoelen Werkgroep Drenthe, die hier vandaag voor het eerst in haar bestaan een officiële excursie houdt.

PAD, Hygrocybe conica f. pseudoconica, 2019-10-16, Holthe, Schepping, bekalkt grasland-1 - kopie
Zwartwordende wasplaat in verschillende stadia

Ondanks de gematigde mycologische verwachtingen komen er 22 deelnemers opdagen, sommigen gewoon uit nieuwsgierigheid naar Schepping.  Jan Dijk van RTV Drenthe is ook van de partij om een kleine rapportage te maken van deze happening voor het natuurprogramma Roeg. Het is al met al een prettig, enthousiast gezelschap. In gezapig mycologentempo doorkruisen we grote delen van het terrein en met name in de bosjes blijkt nog genoeg van onze gading te vinden. Daar groeien paddenstoelen enigszins beschut tegen de vorst omdat de meeste bomen nog goed in het blad zitten.
Het eindresultaat van onze expeditie overtreft mijn stoutste verwachtingen. Met een totaallijst van 180 soorten doet Schepping zijn faam als ‘mycologische hotspot’ eer aan. Dat komt mede door het grote aantal ogen dat hier vandaag rondkijkt. We vinden tal van bijzonderheden, ook een stuk of tien soorten die niet eerder in het terrein werden waargenomen. Daarover wordt bericht op de website van de Paddenstoelenwerkgroep Drenthe (https://paddenstoelenwerkgroepdrent.com). Maar daarnaast is het ook genieten van het mooie landschap, de schitterende herfstkleuren en van het even kleurrijke gezelschap.  Omstreeks 4 uur keren de laatste deelnemers huiswaarts, sommigen de paddenstoelenuitputting nabij. Al die vormen, kleuren, namen, indrukken. Duizelingwekkend soms.
Met een glaasje port in de aanslag kijk ik terug op een prachtige dag in goede harmonie.

oef pwd hollthe eef arnolds schepping.CR2
Paddenstoelenexcursie op 4 november (foto Geert de Vries).

1 november 2019.  Vorst
Voor het slapen ga ik naar buiten om nog even wat frisse nachtlucht op te snuiven. Een weldadige stilte omhult me, wordt hoorbaar, tastbaar tot in mijn poriën. Ook de wind is gaan liggen, heeft zich neergelegd bij de stilte van deze nacht. Het enige geluid komt uit het gras, dat zachtjes knispert onder mijn voetstappen. En één keer de ijle kreet van een kerkuil, ver weg. Boven mijn hoofd fonkelen ontelbare sterretjes aan het heldere uitspansel. Met het uitademen blaas ik witte wolkjes die ongemerkt oplossen in het niets. In het schijnsel van mijn zaklamp zie ik de witte glinstering van fragiele rijp op de planten en het mos. Het vriest. De winter is in aantocht.
Dat blijkt ook als ik vanochtend de moestuin inloop. Gisterenmiddag stond er nog een fiere, manshoge haag van ouderwetse boerendahlia’s met frisgroen blad en roodwitte bloemen zo groot als theeschoteltjes. Nu hangt het loof er grauw en slap bij. De bloemen buigen zich nederig naar de grond, verlept en papperig. De schoonheid van uitbundig leven overgegaan in de schoonheid van vergankelijkheid.

IMG_4003 - kopie

11 oktober 2019. Hotspot
Vanaf vandaag is Schepping officieel een ‘paddenstoelenhotspot‘. Dat zit zo. De Nederlandse Mycologische Vereniging heeft onlangs het initiatief genomen om de belangrijkste gebieden voor paddenstoelen in ons land letterlijk op de kaart te zetten, in de hoop zo meer interesse te kweken voor het behoud van paddenstoelen en de voor hen belangrijke terreinen. Daartoe is het hele waarnemingenbestand van 2,5 miljoen waarnemingen geanalyseerd op het voorkomen van Rode-lijstsoorten. Op de Rode Lijst van paddenstoelen staan alle soorten die in Nederland verdwenen, bedreigd of zeer zeldzaam zijn. Hoe meer Rode-lijstsoorten in een bepaald gebied voorkomen, hoe ‘hotter de spot’.
Eerlijk gezegd voelt deze zwamcompetitie voor Schepping wel enigszins als ongevraagde deelname aan een miss Holland verkiezing of Eurovisie songfestival. Maar ja, een beetje trots op de uitverkiezing tot ‘hotspot’ kan ik niet ontkennen.
Zoals je merkt, zet ik het woord ‘hotspot’ tussen aanhalingstekens omdat ik de voorkeur geef aan een Nederlandse uitdrukking. ‘Topgebied’ bijvoorbeeld. Of het prachtige ‘kroonjuweel’, dat door Leo Jalink in 1999  voor belangrijke paddenstoelengebieden werd geïntroduceerd. Maar ja, in deze weinig romantische tijden kun je daar kennelijk niet meer mee aankomen bij natuurorganisaties. Jammer is dat. 
De 15 belangrijkste mycologische  ‘hotspots’ zijn vandaag officieel gepresenteerd tijdens een bijeenkomst in Schoorl, waarbij ik ook aanwezig was om een inleiding te houden. Schepping belandde in de top-15 dankzij 134 Rode-lijstsoorten. Opmerkelijk omdat het natuurgebied  nog jong is en omdat het met een oppervlak van 5,5 ha veruit het kleinste gebied is in de top-15. Maar laten we eerlijk zijn, Schepping is ook het terrein in Nederland dat het meest intensief is onderzocht. Waar elders doet een mycoloog vrijwel dagelijks zijn ronde?

IMG_3106 - kopie

28 september 2019. Herfst!
Eindelijk een paar regenbuien. En dan is het meteen volop herfst. Natte bladeren van de notenboom voor de deur, vluchten ganzen hoog in de lucht, en overal in Schepping schieten de paddenstoelen als paddenstoelen uit de grond, als paddenstoelen inderdaad. Twee heerlijke dagen heb ik door mijn kleine paradijs gezworven om alle paddenstoelen te noteren die ik zag. Het is mijn oude professie tenslotte. Meer dan 200 verschillende soorten vond ik op een postzegel land van 5 hectare. Ongelooflijk.
Het gaat niet alleen om het noteren van namen. Het is vooral ook genieten van de rijkdom aan vormen, kleuren en geuren; verrassende vondsten; ontmoetingen met oude bekenden. De meest opvallende paddenstoel is momenteel de Zwartwordende wasplaat, die bij duizenden de bekalkte gedeelten van het Nieuwe Land siert met felrode hoeden op slanke stelen. Prachtig in harmonie met de laatste paarsblauwe bloemen van de Blauwe knoop. De hellingen van Tao lijken hier en daar wel een klaprozenveld.

IMG_2712 - kopie
Zwartwordende wasplaten en bloeiende Blauwe knoop in Schepping

22 september 2019. Warme nachten, vlinders uit het zuiden
Vanavond terug gekomen van een tiendaagse vakantie in de Drome. Op een zonnige zomerdag volgt een abnormaal zoele, bewolkte avond voor deze tijd van het jaar. Ideaal voor nachtvlinders.
Nog voor het uitpakken van de auto zet ik twee lichtvallen op, een op het Vaderland, de andere bij de schuur. Het loont de moeite. Rond middernacht wijst de buitenthermometer nog 20 graden! Op het laken vertonen zich twee nieuwe nachtvlinders voor Schepping: de Maansikkeluil en de Witte-l-uil! Het zijn volgens de verspreidingskaarten van de Vlinderstichting in Drenthe allebei  grote zeldzaamheden, maar dit jaar zijn er meer waarnemingen. Waarschijnlijk rukken ze vanuit het zuiden geleidelijk noordwaarts op dankzij de warme, droge zomers van de afgelopen jaren. In het spoor van de inmiddels beruchte Eikenprocessierups…….

 
Maansikkeluil (links) en Witte-l-uil (rechts)

9 september 2019. Oerklanken
Ik was net een prullenbak aan het legen in de grijze container, toen in de verte een sonoor, vér dragende, telkens herhaalde roep klonk van een vogel: kruuuh……kruuuh…..kruuuh. Klanken die bij mij direct herinneringen oproepen aan uitgestrekte bossen met oeroude beuken en dennen. Bepaald niet aan plastic vuilnisbakken. Oerklanken. De lokroep van de Zwarte specht.
Even later zag ik de vogel de open ruimte boven Schepping oversteken; een zwart silhouet, scherp afgetekend tegen de blauwe lucht met hoge witte wolken. Een beetje onbeholpen roeiend door de lucht, alsof hij elk moment uit de hemel kon vallen. Je ziet daaraan dat deze specht niet gewend is aan open ruimtes.
Ik las in de Vogelatlas dat de Zwarte specht na zijn vestiging in ons land begin vorige eeuw niet welkom was. Hij werd schadelijk geacht voor de bosbouw omdat hij holen in dikke bomen hakt. Tja, hout is natuurlijk alleen voor ons, mensen, bestemd…
Zwarte spechten zijn erg honkvast en verlaten hun bossen vrijwel nooit. Alleen jonge vogels willen wel eens rondzwerven, op zoek naar een nieuw territorium. Bij mij is hij meer dan welkom, maar in Schepping heeft hij voorlopig weinig te zoeken bij gebrek aan woudreuzen.
Kom over een eeuw nog eens kijken, geluksvogel!

HOL, 2008-06-01, waslijn met overhemdenJPG - kopie

6 september 2019. De bonte was 
Vanmorgen had ik een bonte was gedraaid, maar vanavond kwam ik er achter dat ik had vergeten om het wasgoed te drogen te hangen. Vandaar dat ik om elf uur in het pikkedonker nog de wasmand naar buiten zeulde in de richting van de waslijn. Er gaat  immers niets boven buiten gedroogde, frisse was. Behalve natuurlijk als de buurboer toevallig net een giertank uitrijdt. Maar dat zou vannacht vast niet meer gebeuren.
Zoals zoveel nachten hoorde ik in de verte het mysterieuze rollertje van een kerkuil. Bijna jaarlijks broedt er een paar in de kapschuur van de buren en hij jaagt graag boven de graslanden achter mijn huis, zeker in een goed veldmuizenjaar zoals nu. Ik wilde net een spijkerbroek aan de hoogste waslijn hangen, toen de schrille kreet van de uil wel heel dichtbij klonk. Opeens dook zijn vliegende silhouet vlak voor me uit het duister op, zwarter dan de nacht, geruisloos. Hij had zich blijkbaar voorgenomen om neer te strijken op een paal van de waslijn, een goed uitkijkpunt. Nu landde hij bijna op mijn omhoog gestrekte arm.
Even een kleine, soepele zwenking noordwaarts en de kerkuil was opgelost in de nachthemel. Alsof hij er nooit geweest was.

VOGELS, Kerkuil (valkenier), 2016-08-20, Tietjerk-3 - kopie

4 september 2019. Spinnetje
Daar zit ie. Pardoes midden op de tegels van de gang. De schrik van menige huisvrouw, zelfs van veel geëmancipeerde exemplaren met een stoere feministische  inborst. Een Gewone huisspin wil nog wel eens een gilletje ontlokken. Wat een joekel is dit met een spanwijdte van een centimeter of acht! Voor de foto heb ik er voorzichtig een punaise naast gelegd met een doorsnede van 1cm.
Zulke langpoten zijn mannetjes, heb ik geleerd. Gewoonlijk houden ze de wacht bij een slordig web, ergens in een donker hoekje onder een kast. Maar in de herfst verlaten ze hun schuilplaats, want dan gaan de heren op vrijersvoeten. Met gevaar voor eigen leven, want na de geslachtsdaad wordt menig minnaar door zijn geliefde met smaak opgepeuzeld. Soms gebeurt dat zelfs al voor het minnespel.
Dan heb je als spinnenman toch een beetje voor niets geleefd.

P1140833 - kopie     P1140834

3 september 2019. Buxusmot
Vannacht landde er een vrij grote, opvallend brede vlinder op het verlichte raam van de woonkamer. Nieuwsgierig geworden ging ik naar buiten met een zaklamp om het diertje van boven te bezichtigen. Het bleek een deftige schoonheid: witte vleugels met een parelmoerglans, langs de buitenrand gezoomd met een brede zwarte band. Het signalement van de beruchte buxusmot. Zijn slechte reputatie heeft hij niet te danken aan de vlinder, maar aan de rupsen die buxusheggen helemaal kaalvreten, waardoor de struikjes vaak het loodje leggen, evenals de meeste buxuskwekers. Echte rupsjes-nooit-genoeg dus!

MICROVLINDERS, Cydalima perspectalis, Buxusmot, 2019-09-03, Holthe, verlicht raam-1 - kopie

De buxusmot is een exoot, ‘per ongeluk’ geïmporteerd uit Zuidoost-Azië en in ons land voor het eerst in 2007 gesignaleerd. Hij heeft inmiddels grote delen van Zuid- en West-Nederland gekoloniseerd, maar in Drenthe is het nog een schaarse gast. Op de verspreidingskaart van de website Microvlinders staan slechts drie stipjes in de provincie, bij Diever en ten noorden van Emmen. Daar komt nu dus Beilen bij. Ik ben benieuwd of mijn bescheiden buxushaagje bij de notenboom binnenkort ook wordt belaagd door de vraatzuchtige rupsen van deze prachtmot!

31 augustus 2019. Dag zomer….
Deze zomerse zomer heeft waardig afscheid genomen. Nog één keer zo’n zonovergoten dag waarop het kwik hier steeg tot net boven de 30 graden. Heerlijk om de weldadige warmte op mijn huid te ervaren en door mijn lijf te voelen stromen. Tussen de buitenklussen door af en toe even afkoelen in het Kristalmeer, in gezelschap van de laatste watersnuffels; tere, helderblauwe libellen die af en toe mijn hand als uitkijkpost gebruiken. Door de aanhoudende droogte is zwemmen bijna onmogelijk geworden, voor het eerst in de 44 jaren dat ik hier woon. Vanuit het water kijk ik op tegen hoge, onbegroeide oevers die gewoonlijk onder water staan.

IMG_1873 - kopie

Grote delen van het Kristalmeer zijn kalrood gekleurd, alsof er een bus menie is leeg gekieperd. Het is echter geen verf, en ook geen tomatensoep, maar een of andere alg die zo fel van kleur is.
De zomerhitte werd in de nacht naar 1 september verdreven door een flinke onweersbui met krachtige donderslagen. 15 Mm in de regenmeter. Nooit genoeg, maar buitengewoon welkom voor alle wezens die hier snakken naar water.

SCH, 2019-08-27, Kristalmeer met rode en groene algen-4 - kopie

19 augustus 2019. Sjamanen en stamoudsten in Drenthe
Gisterenavond ben ik terug gekeerd van de Kiva bijeenkomst na drie overnachtingen in mijn koepeltentje onder een oude eik op de natuurcamping Maria-Hoeve. Het anders zo rustige bos werd vier dagen in beslag genomen door zo’n 500 kampeerders in tenten en busjes, de meesten uit Nederland, maar ook uit Duitsland, Engeland, Frankrijk en Spanje. Het spirituele centrum van deze happening werd gevormd door de kiva, oorspronkelijk een ondergrondse, ronde, sacrale ruimte van de Hopi indianen. Hier had de kiva de vorm aangenomen van een ronde zandkuil met een doorsnede van zo’n 20 meter, omgeven door oud beukenbos. Een waardige ceremoniële plek. De kuil was omgeven door lage aarden wallen, waarop toeschouwers konden plaatsnemen.

KIVA, 2019-08-16, kiva met altaren en vuur - kopie (2)

Doel van deze jaarlijkse kiva bijeenkomsten is het bevorderen van harmonie tussen mens en natuur en tussen mensen onderling, ofwel: aandacht voor Moeder Aarde en voor elkaar. De voorgangers in gebed, rituelen, dans en gezang zijn daarbij stamoudsten, sjamanen en wijzen. Zij kunnen putten uit rijke tradities en staan in het algemeen dichter bij de natuur dan wij, bewoners van aangeharkt en verstedelijkt West-Europa. In Mariahoeve waren alle continenten en alle huidskleuren vertegenwoordigd. Van Maori uit Nieuw-Zeeland en Aboriginals uit Australië  tot bewoners van de Mongoolse steppen, Soefi dansers uit Turkije, indianen uit Brazilië en Mexico, een Hopi uit Arizona, diepzwarte mannen uit Nigeria, papoea’s uit het voormalige Nieuw-Guinea en sjamanen uit Noorwegen, Lapland en Oostenrijk.
De sfeer onder de bezoekers was open, ontspannen en hulpvaardig. ’s Avonds werd er  muziek gemaakt en gedanst rond de kampvuren. Het was mooi om een paar dagen de  saamhorigheid van een zo diverse groep mensen te ervaren, alsof we allemaal tot dezelfde stam behoren, stamverwanten zijn. En dat is eigenlijk ook zo, maar in de waan van alledag zijn we dat ook zo weer vergeten….
Naar aanleiding van de kiva bijeenkomst heb ik ook twee columns geschreven. Zie de pagina ‘columns natuurbeleving’.

KIVA, 2019-08-15, tentenkamp deelnemers-3 - kopie

14 augustus 2019. Jarig
Vandaag vier ik mijn 71e verjaardag. Een mooie gelegenheid om mijn website in wording, tot nu toe privé, aan de buitenwereld te presenteren. Het slot eraf; het hek open!
Deze verjaardag is voor mij helemaal speciaal omdat ik vanmiddag voor vier dagen met een tentje afreis naar camping Maria-Hoeve bij Papenvoort voor een internationale ‘Roots of the earth Kiva-gathering’. Daar komen sjamanen uit verschillende delen van de wereld bijeen om hun ceremonieën en hun wijsheid te delen met de deelnemers. Ik ben uitermate benieuwd hoe ik deze happening zal ervaren.

IMG_1618 - kopie

13 augustus 2019. Nomaden met tere vleugels 
Vandaag was bij de periodieke vlindertelling in Schepping de Distelvlinder veruit de talrijkste soort met 34 exemplaren. Schitterend, die oranje zwevers en zwalkers boven de bloemenwei. Ze zaten vaak op de warmste plekken in groepjes bijeen  te snoepen van de nectar van duifkruid en knoopkruid. Deze verse vlinders zijn de nazaten van de golf distelvlinders die in mei uit Noord-Afrika naar West-Europa trok en die hier meestal zwaar gehavend en uitgeput arriveerden.
Deze trekvlinder mag het dan dit jaar goed doen; voor zijn inheemse verwanten geldt dat bepaald niet. Eén atalanta, maar geen spoor van dagpauwoog, kleine vos, landkaartje of gehakkelde aurelia. Dat was alles vandaag.

DAGVLINDERS, Vanessa cardui, 2011-08-04, Holthe, Scabiosa-4 - kopie

8 augustus 2019. De eerste Cantharellus
Vandaag heb ik de nieuwsbrief van de Paddestoelen Werkgroep Drenthe afgerond en naar leden en belangstellenden verzonden. De nieuwsbrief is ook te vinden op de website van de PWD,  https://paddenstoelenwerkgroepdrent.com/. In overleg met Rob Chrispijn heeft de nieuwsbrief nu een titel gekregen: Cantharellus. Een mooie, leuke en lekkere paddenstoel, typisch voor Drenthe. Wat wil je nog meer?
Fijn dat die klus nu geklaard is. Elk jaar opnieuw is het een vreemde onderbreking van het zomerse buitenleven.

Scan voorkant nieuwsbrief PWD 2019

3 augustus 2019. In bad met heel veel juffers
Me even onderdompelen in de verrukkelijke zomersfeer in het Kristalmeer. Talloze blauwe waterjuffertjes dansen boven het wateroppervlak, schrijven bladmuziek op de stengels van de waterbies. Terwijl ik zo badderde kwamen alle zwaluwen uit het dorp een kijkje nemen, zo’n 40 in totaal. Ze scheerden laag over het water om te drinken of beestjes van het oppervlak te pikken. Als op afspraak cirkelden ze plotsklaps omhoog om op te lossen in de hoge blauwe lucht.

IMG_1869 - kopie

28 juli 2019. Oranje boven
In de stinzenbosjes van Schepping heeft de Gevlekte aronskelk dit voorjaar rijk gebloeid. Nu is het resultaat daarvan zichtbaar in de vorm van trosjes oranjerode bessen, dicht opeen gepakt aan de top van een kale groene steel. De bladeren van de aronskelk zijn al lang vergaan. Gewoonlijk vallen de bessenknotsjes niet zo op omdat ze schuil gaan tussen het loof van zevenblad en gevlekte dovenetel. Door de droogte zijn die planten bovengronds vrijwel afgestorven, zodat de bessen nu licht lijken te geven onder het schaduwrijke zomergroen van hazelaars. Je zou zeggen dat zulke opvallende bessen gemaakt zijn voor verspreiding door vogels. Ik heb nog nooit gezien dat ze gegeten werden en ze vallen na verloop van tijd gewoon op de grond. Dan kunnen ze kennelijk wel kiemen, getuige de jonge planten die her en der opslaan.

IMG_2038 - kopie

25 juli 2019. Hitterecord
Het temperatuurrecord van gisteren (ruim 39 graden) is nu alweer gebroken. En hoe! Bij Gilze-Rijen werd 40,7 graden gemeten, meer dan 2 graden boven het aloude record van 1944 in Warnsveld. Saharatemperaturen in ons kikkerlandje. Ongelooflijk en verontrustend.
Het hitterecord was voor de tweede achtereenvolgende dag goed voor de opening van het NOS journaal. Er werden mensen in de omgeving van de heetste plek in ons land gevraagd wat ze van deze temperatuur vonden. Iedereen vond het wel best zo, in een ligstoel in de schaduw van een parasol of aan de rand van het zwembad, een koel biertje bij de hand. Niemand die zich zorgen maakte over toekomstige zomers, de natuur, de grondwaterstand, de groei van gewassen…. Lang leve de lol en het onbewuste!
Mijn tuinthermometer bleef trouwens steken bij 39 graden. Toch warm genoeg voor een lauw leembad in het Kristalmeer en daarna een koele douche onder het watervalletje in de rotstuin. Voor het eerst dat ik van die mogelijkheid gebruik heb gemaakt. Het is een flinke plens op je kop.

IMG_1828 - kopie

IMG_1896 - kopie

20 juli 2019. Regendans
Eindelijk is mijn gebed verhoord en is ook hier een flinke bui gevallen. 12 mm in de regenmeter. De planten fleuren er zienderogen van op. Uit dankbaarheid heb ik bij het vallen van de avond een regendansje uitgevoerd aan de voet van de linde op Tao. En jawel, uit een onnozel wolkje dat normaal niets zou los laten, vielen dikke druppels naar de dorstige aarde. Even maar….

HTF, 2019-07-20, Eef danst op Tao ter ere van regenbui-3 - kopie

16 juli 2019. Deksel op de put
Eindelijk ben ik er toe gekomen om de deksel te gaan plaatsen op de dit voorjaar gemestselde waterput op het landje van Moed. Christine en ik hadden na veel hersenbrekens een oplossing bedacht om te voorkomen dat onbevoegden de deksel zouden verwijderen. Hij wordt op zijn plaats gehouden door een metalen pin die aan één kant in de al aanwezige oude biels is geboord en aan de andere kant met een hangslotje aan een nieuwe houten paal vastzit. Doordat er vier blokjes hout onder de deksel zijn gelijmd die in de opening van de put passen, kan hij niet worden verschoven. Voor alle zekerheid is de nieuwe paal ook nog eens geplaatst in een betonnen voet.
Tot nu toe was de put provisorisch afgedekt met een slordig dekzeil met daarop een afgedankte pallet. Het is een hele verbetering dat die nu vervangen zijn en een grote geruststelling dat mensen en dieren niet meer in de put kunnen vallen. Tenzij ze er héél véél moeite voor doen…..

_1140375 - kopie

15 juli 2019. Wat een schat!
Dagelijks ga ik een kijkje nemen bij de pluizige schatjes die nu in het Kristalmeer rondzwemmen. Toen ik terugkeerde van het uitzichtpunt op de steilwand had ik een intieme ontmoeting met een ander gevederd vriendje. Op iets meer dan een armlengte van me vandaan zat een jonge appelvink in het gras. Het beestje was vermoedelijk pas uitgevlogen. Van de oudervogels was geen spoor te bekennen.
De vogel keek me met zijn felle kraaloogjes wat verbaasd en argwanig aan, maar maakte geen aanstalten om weg te vliegen of te lopen. Misschien vertrouwde hij wel op zijn schutkleur, want zijn verenkleed wijkt sterk af van dat van een volwassen appelvink. De kop is groenig geel in plaats van roestbruin en het zwarte slabbetje onder de snavel  ontbreekt. De borst van dit jonkie was niet rozebruin, maar bleekgeel met donkerder vlekjes. De enorme snavel, het handelsmerk van appelvinken, was al wel prominent aanwezig.

DSC01315 - kopie

12 juli 2019. Loodgrijs

IMG_1742 - kopie

Met enige jaloezie hoorde ik dat Assen, 14 km noordelijker, even blank stond door een geweldige hoosbui. De bijbehorende loodgrijze luchten en donderslagen waren in Holthe heel dichtbij, maar ik moet het doen met 1,5 mm in de regenmeter. Dus sproeien maar weer, want alles rondom het huis snakt naar water.

HTF, 2019-07-19, sproeien tuin achter huis-2 - kopie

11 juli 2019. Drijvende donsjes
Het wordt druk in het Kristalmeer. Vanmorgen hadden de families dodaars en brandgans ineens gezelschap van een moeder kuifeend met zes prachtige bruine donsjes. Ze maken een zeer knuffelbare indruk!
De laatste jaren broedt er altijd wel een kuifeend op het eilandje in het Kristalmeer. In mei zwemmen er dan een of meer paartjes rond. Op een gegeven moment verdwijnt het mannetje vermoedelijk naar een gezellig kuifeendenresort op een grotere plas. Het vrouwtje is nog wel geregeld op het Kristalmeer te zien, maar is een stuk schichtiger geworden. Eind juni lijkt ook zij verdwenen. In werkelijkheid zit ze dan vast op haar nest op het eilandje in het Kristalmeer, verscholen onder de dichte kruipwilg. Een paar jaar geleden stond ik bijna op een nest toen ik berkjes van het eilandje verwijderde. Het eendje vloog letterlijk onder mijn voet vandaan, maar heeft toen toch de eieren uitgebroed. Dapper.
En dan zijn er opeens jonkies in het water. Steevast in juli. De kuifeend is kennelijk een laatbroeder.

DSC01184 - kopie

8 juli 2019. Late lente
Zomaar in hartje zomer lente in de plas. Er zwemt vanochtend een trots paartje brandganzen in het Kristalmeer met vijf schattige donzen kuikentjes. Ze zat al weken daar op het eilandje te broeden, meestal onzichtbaar tussen de kruipwilg, maar soms met haar kop er net bovenuit stekend. Ik vermoedde dat de eieren al over datum waren en niet zouden uitkomen, maar dat bleek allerminst waar.

DSC01224 - kopie

Nog verrassender was dat er tegelijkertijd een moeder dodaars rondzwom met vier prachtige, piepkleine kuikentjes. Ik had de afgelopen maanden af en toe wel eens een glimp van een dodaars gezien en een week of twee geleden zat er eentje midden in de nacht luidkeels te lachen. Ik veronderstelde echter dat het om een achtergebleven eenling ging.

DSC01176 - kopie